Labeltjes plakkenPosted on June 30th, 2010 @ 20:19
Een lang artikel voor mijn doen en ook best persoonlijk. Maar ik wil het graag kwijt. Niet om aandacht te trekken of te benadrukken hoe zielig ik ben, want ik ben niet zielig. Ik hoop alleen op wat meer begrip voor mij en mensen die ook een stoornis hebben.
Ik heb de comments gesloten, omdat ik weinig kan met comments op dit stukje. Ik hoop alleen dat jullie mensen als ik niet alleen op hun gedrag aanvallen en ons een kans geven en niet meteen betitelen als ‘raar’, ‘lui’ of iets anders :).
Edit: Ja, ik weet het: Ik heb de comments dus niet gesloten, maar is niet heel erg :)
Laat ik 1 ding duidelijk maken aan het begin van dit artikel: ik ben niet gek of lui en ik functioneer goed in deze maatschappij. Alleen ik ben anders dan anderen en ik doe anders. Ik zal bijvoorbeeld niet gauw vragen hoe je vakantie was. Niet omdat ik er geen interesse in heb, maar omdat ik het niet ‘snap’. Als ik het al vraag, aap ik het na van andere mensen.
Dingen als aan een receptie zitten, is voor mij vermoeiend en soms zelfs onmogelijk. Ik kan niet snel schakelen tussen de ene en andere activiteit. Ik grap dan ook weleens dat ik stiekem een man ben: zij kunnen immers ook maar 1 ding tegelijkertijd?
Er is echt wel een verschil tussen klassiek autisme en de aanverwanten. Klassiek autisme is iets waar de meeste mensen aan zullen denken bij autisme. Mensen die dat ernstig hebben kunnen niet zelfstandig leven en dat kun je met de aanverwanten soms/meestal wel. Het ligt aan de variant.
Als klein kind was ik al anders. Bij verjaardagen zat ik in de gang als het even kon, wanneer er bezoek kwam, ging ik in de kast zitten. Niet omdat ik bang was, maar gewoon omdat ik dat leuk vond. Ik leerde alles langzamer: lopen, fietsen, hinkelen, zwemmen, lezen.
Ik heb me nooit echt anders gevoeld. Dat begon pas als puber en helemaal toen ik een cursus Sociale Vaardigheden moest doen en die ons, mijn moeder en ik, na afloop van de cursus de stuipen op het lijf jaagde door te zeggen: “Ze heeft iets ernstigs en ze moet naar het RIAGG (tegenwoordig Altrecht).”
Ik moest een IQ – en Eqtest ondergaan, praatte met een psycholoog. Er werd nog een cursusje Sociale Vaardigheden tegenaan gegooid, samen met andere pubers die niet normaal waren, maar er heel normaal uitzien.
Voor zover je normaal eruit kunt zien. Want wat is normaal? Ben je normaal wanneer je als meisje op ballet zit en als jongen op voetbal? Als je van de kleur roze houdt of juist als je blonde krullen hebt?
Ik bedoel in dit geval mensen die geen stoornis hebben.Uiteindelijk kwam de diagnose PDD-NOS eruit: Pervasive Developmental Disorder – Not Otherwise Specified.
Ik heb een probleem in mijn ontwikkelingsstoornis en dan vooral op het sociale gebied.
Wikipedia zegt erover:
“Wel bestaan er enige richtlijnen: Er is een duidelijke achterstand of beperking in de sociale interactie; daarbij bestaan er tekortkomingen in de (non-)verbale communicatievaardigheden of is er sprake van stereotiep gedrag en interesse.”
Ik heb dus moeite met communicatie (ook mensen met Asperger bijvoorbeeld). Bij het communiceren aap ik mensen na. Feliciteren is normaal, maar ik doe het na als ik het anderen zie doen en soms ook gewoon niet. Als iemand tegen mij zegt dat ik ‘maar wat moet doen dat leuk is’ of gewoon heel vaag is, dan snap ik het niet.
Ik heb mijn schooltijd redelijk gemakkelijk doorlopen, al heb ik drie keer de verkeerde opleiding gekozen. Twee keer, omdat het me niet lag. De derde keer, omdat ik bij mijn huidige studie – journalistiek – me juist wel lag, maar de werkwijze niet. En het sociale. Ik dacht er redelijk doorheen te kunnen komen, ondanks dat ik anders ben. Want dat was altijd gelukt? Dat bleek ik niet te kunnen en het was te zwaar. Niet qua iq, maar vanwege het sociale.
Er zijn kenmerken, maar het uit zich niet bij iedereen op dezelfde manier. Toch zijn er kenmerken die ongeveer iedereen heeft:
Moeite met verandering en erg vasthouden aan structuur
Moeite met sociale vaardigheden
Moeite hebben met inleven en met emoties
Achterstanden op emotioneel, sociaal en motorisch gebied
Dingen letterlijk nemen
Fantasie en werkelijkheid zijn lastig te scheiden
De dikgedrukte dingen heb ik helemaal, de dikgedrukte schuine stukken deels.
Naast dit rijtje heb ik ook nog last van obsessief gedrag. Ik moet gewoon elke avond voor het slapengaan de deuren controleren en wanneer ik wegga trek ik de stekkers uit de stopcontacten waar het kan. Maar dat zou ook kunnen komen omdat mijn moeder ooit de kippensoep op het vuur heeft laten gaan en we toen de hele middag zijn gaan zwemmen. We hadden nog net geen brand. Ik denk dat dat een oorzaak is waarom ik de controle over alles wil houden.
Ik heb niet de zwaarste vorm, want ik kan prima leven en meekomen in de maatschappij. Ik heb ook nooit op speciale scholen gezeten en ik kon altijd prima meekomen met de lesstof, alleen ik heb soms meer tijd nodig en meer begeleiding. Helaas is dit nooit gebeurd, omdat ik er pas op mijn zestiende achterkwam en eigenlijk pas de laatste twee jaar echt merk dat mijn stoornis toch lastig is. Vooral als het gaat om het plakken van labeltjes. Men houdt van labeltjes plakken en doet het dan ook wanneer ze kunnen. Daardoor krijg ik lang niet altijd de kans om te laten zien dat ik best een leuk persoon ben. Alleen ik ben wel iemand met een handleiding, maar is dat nou zo erg?
5 CommentsLast commented by: Eva Laura Rinze Anouk
Het dagelijkse
