Schrijfzondag: Glitterende zielsverwanten

Schrijfzondag: Glitterende zielsverwanten

Ze dook op voor zijn voordeur, kletsnat, met blauwe plekken, en onder de glitters. De blauwe ogen schoten over haar benen en ze voelde zich naakt in haar zwarte jeans met gaten. Waarom was ze dan ook verzeild geraakt in die regenbui? Ze veegde een paar kletsnatte slierten haar uit haar gezicht.
‘Shit.’ Zijn stem sloeg over, kraakte, stond op het punt om te breken en hij greep haar arm beet om haar naar binnen te trekken. Druipend stond ze op de mat, terwijl hij de deur recht tegenover de voordeur opentrok. Het was maar goed dat Luke zo klein behuisd was, alles meteen bij de hand had. Hij griste een badlaken van de radiator en sloeg hem om haar heen. Luke was al zolang ze zich kon herinneren haar beste vriend. Meer dan een beste vriend misschien wel.
Soulmates misschien. Niet dat ze ooit verliefd op hem was of zou kunnen worden. Geen zielsverwanten op die manier. En hij niet op haar. Tussen hen was het anders. Ze zag hem als de broer die ze nooit gekend had, als de grote broer die haar beschermde. Ze kon niet verliefd op hem worden, dat was gewoon onmogelijk. Ze kon het blauw van zijn eigen ogen niet zo geweldig vinden zoals haar vriendinnen.
‘Wat heb je gedaan, Emms?’ Opnieuw zag ze het felle blauw van zijn ogen. Een vinger gleed over haar arm en veegde wat van de gouden glitters weg. Om niet in tranen uit te barsten, staarde ze naar de wegdwarrelende, minuscule goudstukjes.
‘Ik was naar een feestje.’ Emma haatte haar stem, omdat hij bibberde als ze van slag was. En de voelsprieten van haar beste vriend leken daar wel op afgesteld af en toe. Hij wist meteen wanneer het foute boel was.
‘Ja, dat zie ik aan de glitter. Maar waarom heb je die blauwe plekken? En waarom lijk je wel een verzopen kat?’ Bij die woorden keek hij door het grote raam in de woonkamer waar ze heen gelopen waren. De ruimte was ingericht met een zachte grijze bank, een salontafel en een gigantische tv die meteen opviel als je de kamer inliep. Emma was hier te vaak geweest om zich er nog over te verbazen.
De regen kwam met bakken uit de hemel en hij knikte, ten teken dat hij antwoord gekregen had.
Zijn handen bleven hangen op mijn schouders en we keken elkaar recht aan. Zijn ogen keken me doordringend aan. ‘Je kunt me alles vertellen, dat weet je toch? Ik zal niet lachen, echt niet.’
Ze knikte en zuchtte toen diep. ‘Goed, dan vertel ik het wel. Die blauwe plekken komen, omdat ik uitgegleden ben en van de trap ben gevallen. Mag ik je ook stomme dingen vertellen?’
Daarop trok hij me naar zich toe en drukte een kus op mijn haar. ‘Alles, dus dat houdt ook in dat je domme dingen mag vertellen. Daarom zijn we vrienden, Emma. Ik kan jou alles vertellen en jij mij.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge