Schrijfzondag: Notities

Schrijfzondag: Notities

De kaft van het notitieboek was blauw. Standaardblauw zonder tekeningen zoals die van mij. Die van mij stond niet vol met notities, maar vol tekeningen. En als er geen poppetjes met gigantische ogen op de bladzijdes de pagina’s vergezelden, dan vond je ze wel naast mijn aantekeningen.

Kristy,

Het is fout geweest van me, ik weet het. Je had het niet mogen zien, maar ik was te laf om het je te vertellen. Ik was te laf om je te vertellen hoeveel je voor me betekent. Misschien had je anders gereageerd als ik in je oor fluisterde hoeveel keer mijn hart per minuut sloeg, voor jou. Alles dat ik deed, doe, was voor jou. Is voor jou. Misschien is het niet eerlijk om het je te vertellen op dit moment, nu ik je niet meer spreken.

Misschien ben ik een lafaard, omdat ik het nu tegen je vertel. Nu ik zeker weet dat er geen weerwoord van je zal komen. Nu je verhuisd bent naar Verweggistan. Niet echt natuurlijk, maar ver weg genoeg. Maakt dit me een lafaard, Kristy? Ben ik een held op sokken?

Zou je kunnen houden van een held op sokken of moeten ze allemaal een cape dragen voor jou? Zijn het dan pas helden?

De brief hield abrupt op, zonder een afzender. Zonder een aanknopingspunt om het blok terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. Ik bladerde het door, maar er stond verder niets in. De eigenaar was in het midden van het blok begonnen, alsof hij zeker wist dat hij tot daar zou komen.

Ik kende deze Kristy niet en ik had ook geen idee van wie het notitieboek was. Ik draaide me om en keek naar mijn klasgenoten. Was het van een van hen of was het van iemand anders? Mijn vingers gleden over het handschrift, niet in staat om het te ontcijferen als dat van een klasgenoot. Ik kende het handschrift niet, maar dat soort dingen onthield ik ook slecht.

Misschien moest ik het aan de docent geven. Mijn ogen schoten naar meneer Jonassen en toen naar het papier. Was ik laf en ging ik het niet vertellen, net zoals de brievenschrijver? Ging het straks mee in mijn tas? Ik stak mijn hand al uit, net op het moment dat de deur openvloog en een meisje met steil, lang bruin haar de klas binnenkwam stormen.
Meneer Jonassen bromde: ‘Wat krijgen we nou? Wat kom je -‘ De kans om zijn zin af te maken kreeg hij niet, want het meisje stormde op mijn tafel af, op de plek van het notitieboek en ze griste het van de tafel.
‘Gelukkig heb je het gevonden! Godzijdank! Dank je!’ Dat waren haar enige woorden voor ze het lokaal weer uitstormde. Ik kon haar alleen maar verward aankijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge