Schrijfzondag: Gelukskoekjes en het lot

Schrijfzondag: Gelukskoekjes en het lot

‘Maak die van jou eens open.’ Thatcher gaf me een por met zijn elleboog en ik trok een pijnlijk gezicht, terwijl ik de hand van mijn beste vriend weg duwde. Hij probeerde altijd om iedereen zijn of haar gelukskoekjes af te pakken en dan de spreuk erin hardop voor te lezen.

‘Doe maar rustig, meneer Ongeduld,’ bromde ik en ik kon een tweede por, op de smalle achterbank, niet ontwijken. Er ontsnapte een zachte grom uit mijn mond. ‘Ik weet zeker dat ik nu een blauwe plek heb en dat is jouw schuld. Pas maar op, anders kom ik spoken als ik straks een geest ben.’
‘Wie zegt dat jij eerder doodgaat?’ Thatcher keek naar het koekje in mijn handen. Als ik hem niet beter zou kennen, zou ik denken dat hij het ding in een hap wilde verslinden. ‘Als ik eerder ga hemelen, dan kom ik zeker bij jou kloten. Dan laat ik dingen als hamers op je hoofd vallen.’
‘Geweldadig much?’ Hannah, die aan de andere kant van mij zat, draaide haar hoofd naar ons toe. Al die tijd had ze ons genegeerd. ‘Al ben ik ook wel benieuwd wat jouw lot is.’
Met een zucht maakte ik het ding open. Zelf vond ik het altijd grote onzin wat erop stond. Het was trouwens meestal ook vager dan vaag. Vaag, vager, vaagst. ‘Vertrouw op het juiste en dat zal ervoor zorgen dat het kromme recht wordt,’ las ik hardop voor. ‘Serieus, wie bedenkt deze dingen?’ Met een frons liet ik mijn ogen over mijn vrienden gaan. Noah, achter het stuur. Lenny op de passagiersstoel naast hem, Thatcher links van mij op de achterbank en Hannah rechts. Elke zaterdagavond begonnen we met veel te veel chinees eten in de auto. Het was een ritueel dat we over hadden genomen van de schoolkrant waar we allemaal gewerkt hadden. En nu was het dat van ons. Inclusief de gelukskoekjes en het lot dat ze beschreven.
‘Je moet dus op mij vertrouwen,’ vond Thatcher die het briefje uit mijn handen pakte. ‘Serieus, Quiver.’ Hij wapperde met het papiertje naar me. ‘Dit klinkt als een heel goed lot. Je kon het slechter treffen. Iets als: morgenavond zul je worden opgegeten door vier, grote, rode draken. Misschien moet je maar eens wat meer vertrouwen hebben in die dingen.’
Langzaam schudde ik mijn hoofd. ‘Het is onzin en dat weet jij ook.’

Ik heb niet de zin gebruikt van het prompt, maar daardoor wel geïnspireerd om dit stukje te schrijven 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge