Camp NaNoWriMo april 2016: update 2

Camp NaNoWriMo april 2016: update 2

Dit is alweer de tweede week van Camp NaNoWriMo april en op zich gaat het best aardig, al heb ik mijn plannen wel een beetje bijgesteld. Zo heb ik mijn doel aangepast. Ik had 10.000, nu ga ik voor 30.000. Ik wist namelijk niet zeker of ik dat ging redden, maar ik had het aantal woorden al in het begin van de tweede week.

Ik heb nog een verandering doorgevoerd. Zo heb ik besloten nu al deels mijn verhaal dat ik met de hand schreef, over te typen. Ik zat namelijk vast en ik wist niet zo goed op welk punt ik was in het verhaal. Als je met de hand schrijft, verlies je het overzicht weleens. In elk geval: ik wel. Dus ik besloot om over te gaan tikken en het een beetje te herschrijven.

Ik heb het begin van dat verhaal vanuit mijn Scrivener gekopieërd en ik besloot om het hier te delen. Het is nog wel een eerste versie, dus het kan best zijn dat het heel anders wordt. Maar voor nu is dit het begin.

‘Arrogante eikel.’ De woorden waren mijn mond uit voor ik me in kon houden toen ik bijna omvergelopen werd. Zelf kon ik me nog beetgrijpen aan de muur, maar mijn papieren hadden minder geluk. Ze waaierden om me heen en eentje belandde met een hoekje in een plas modderwater. Er ontsnapte een vloek uit mijn mond, terwijl ik razendsnel mijn hand uitstak om het papier uit de plas te pakken.
Er klonk een lach en ik keek omhoog, recht in een paar grijsgroene ogen. Zijn lippen waren omgekruld in een spottende, arrogante glimlach. Die liet mijn vuisten jeuken en razendsnel schoot ik omhoog, klaar om hem een klap te geven. Midden in zijn gezicht, op die perfecte mond. Ik wilde de reden zijn dat hij vanavond aan iedereen uit moest leggen hoe hij aan die kapotte lip kwam. Het zou hem leren.
Ik haalde uit, maar ik was niet snel genoeg. Een hand greep mijn beide polsen beet, zijn lichaam pinde me tegen de muur, mijn handen tussen ons in.
‘Wat was je van plan?’ Zijn stem was laag, donker, hees. Alsof hij veel te veel rookte. En toevallig had ik hem meer dan eens rond zien lopen met een peuk in zijn mond.
Hij stond zo dichtbij dat ik zijn warmte door mijn kleding heen voelde, dat ik de geur van pepermunt en kaneel rook met een vleugje sigarettenrook. Mijn hart klopte, de adrenaline van een aankomend gevecht nog in mijn bloed. En tegelijkertijd voelde ik me vreemd. Mijn buik kriebelde, een onverwacht gevoel van opwinding maakte zich van me meester.  Dat komt door het gevecht dat je wil vechten en wil winnen. Toch wist ik dat het dit keer anders was.
Zijn hand was warm op mijn huid. ‘Die arrogante glimlach van je gezicht slaan.’
‘Hoezo? Vind je het geen mooie lach dan?’ Hij boog zich dichter naar me toe. Zijn adem was warm.
‘Nee.’ Kon ik hem maar duwen. Een flinke duw geven zou in elk geval laten zien dat ik niet bang voor hem was. Dat was ik niet, ook al zou hij me zonder problemen kunnen overmeesteren. Hij hoefde me niet te laten zien dat hij gespierder was dan ik, sterker, beter in vorm. Dat voelde ik toen zijn lichaam dat van mij aanraakte. Hij gniffelde.
‘Je bent heus de koning niet, omdat je toevallig een Mustang en geld hebt. Dat maakt niet dat je beter bent dan ik. En laat mijn polsen los.’  Ik deed een poging om los te komen. Hij verstevigde zijn greep echter en er ontsnapte een kreetje.
‘Zodat jij kunt slaan zeker?’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge