Hoe ga ik te werk bij verhalen schrijven?

Hoe ga ik te werk bij verhalen schrijven?

Niet elke schrijver schrijft hetzelfde. Logisch, want we zijn allemaal anders en dat is niet anders bij (amateur) schrijvers. Ik claim niet dat ik een schrijver ben. In elk geval niet eentje die gepubliceerd is, want naar mijn idee kun je geen schrijver worden. Dat ben je, dat zit in je. Natuurlijk kun je wel beter worden door oefenen, door cursussen.

Elke schrijver is ook niet hetzelfde als het gaat om verhalen. Sommige gaan eerst aan de slag bij het maken van een fantasywereld, zijn hier jaren mee bezig. Anderen doen eerst maandenlang research in de meest verre oorden – of op Google Maps. Bij allebei deze mensen hoor ik niet (ook niet bij diegenen die beter schrijven met een slok op). Nee, ik begin gewoon. Niets geen research, niets geen worldbuilding.

Beginnen
Het zal misschien vaag klinken, maar een verhaal loopt altijd mijn hoofd binnen, kiest mij uit als het ware. Alles kan daar een trigger voor zijn. De mevrouw met het kleine hondje waar ik bijna over struikel tijdens mijn werk, een brief aan iemand die een mooie voornaam heeft, de conducteur die een flauwe grap maakt, de boom met de initialen R+M. Kortom: alles dus. Dan ga ik denken en ontstaat er langzaam maar zeker een verhaal, een idee.

Bij mij is het meestal een personage dat mijn hoofd binnenloopt. Zo was Isa uit Zwart als Inkt er gewoon ineens toen ik over de gracht liep, op weg naar een schrijfbijeenkomst. Ze was er en was vastbesloten om niet meer weg te gaan. Ook stiefbroer Wouter was er toen al. Ik schreef hun profiel uit, vulde de vragenlijst in die ik gebruik bij personages, en toen begonnen ze te leven. Dat is voor mij meestal het moment dat een personage tot leven komt.

Plannen? Wat is dat
Sommige schrijvers schrijven alles uit, plannen alles wat er in hun verhaal gebeurt. Die weten dat Nick op bladzijde 250 tegen Noah zegt dat hij van hem houdt en dat Noah het terug zegt op bladzijde 350. Er zitten absoluut voordelen aan schrijven op deze manier, want je komt bijvoorbeeld nooit voor verrassingen te staan.

En dat is een reden waarom ik niet plan. Ik hou ervan als een personage me verrast, als hij me bijvoorbeeld ineens influistert dat hij eigenlijk homo is en verliefd is op de vriend van zijn zusje. Dan volg ik mijn personage op die reis in plaats van de heel andere kant op.

Toerist in eigen verhalen
Aan niets plannen zitten voordelen (het spontane), maar er zitten ook zeker nadelen aan. Zo is mijn verhaal nooit goed in een eerste versie en klopt mijn wereld in een fantasyverhaal dan nog van geen kanten. Vaak ben ik achteraf nog maanden of jaren bezig. Zo heb ik een fantasyverhaal waar ik al sinds 2006 aan bezig ben.

In de eerste versie was het een rommeltje, klopte er niets. En tien jaar later zit er nog zoveel verkeerd in dat ik het eigelijk helemaal opnieuw moet schrijven. Je hebt dus heel veel versies nodig voor je een beetje een goede versie te pakken hebt. Op die manier kun je jaren met een verhaal bezig zijn dat eigenlijk nog helemaal niet goed is.

‘Eureka!’
Vaak voel ik me een toerist in mijn eigen verhalen, niet wetende waar ik uit ga komen. Soms ben ik verdwaald in de hoofden van mijn personages, wil ik maar weten wat zij voelen en kan ik het niet omschrijven.

Ik heb echt geprobeerd om te plannen, maar ik vind schrijven op die manier gewoon helemaal niet leuk. Met een borrel op, schrijven vind ik ook niets. Dan draait de wereld veel te veel. Voor mij ontstaat een verhaal plotseling als een ‘Eureka!’ moment. Het is er en dan kan ik er iets mee. Maar soms kan ik er ook niets mee. Of gewoon niet op dat moment.

Ik hou van het onverwachte, spontane, maar ik wilde ook weleens dat ik de discipline had om een wereld te bouwen, om per keer met één verhaal bezig te zijn in plaats van met twintig tegelijkertijd. Aan de andere kant denk ik dat dat niet bij me past, dat ik gewoon niet zo ben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge