NaNoWriMo #3

NaNoWriMo #3

Het is alweer de derde week van november en dus ook de derde week van NaNoWriMo. Dat betekent dat het al bijna tegen het einde loopt. Stiekem vind ik dat wel een beetje jammer, want deze november gaat het erg goed. Wat zeg ik? Het gaat prima. En daarom vond ik deze blog zo moeilijk om te typen, want niemand wil lezen dat het alleen maar prima ging.

Op het moment heb ik 120.021 woorden (ja, ik doe aan palindromes) wat dus echt wel een mooi aantal is en waar ik blij mee ben. Dat betekent ook dat ik over mijn totaal van vorig jaar, 111.111, heen ben.

Flow gevonden

Waar ik de laatste paar jaar steeds maar niet kon vinden waarom ik zo dol ben op NaNoWriMo: de flow die specifiek bij dit evemenent hoort en waarom ik dit zo leuk vind. En dit jaar heb ik het dus wel gevonden. In week één was het nog een beetje zoeken, in week twee werd het alweer beter, maar afgelopen week ging het eigenlijk nog beter.

Kortom: Dit is een nanoweek zoals ik ze graag heb. Vol met personages die onverwachte dingen doen en de nano-magie die niet uit te leggen is in woorden, maar alleen zichtbaar is als je meedoet aan dit evenement of gedaan hebt.

Stukje van de week
Deze week gaf ik ook een beetje aandacht aan Road, aan een verhaal dat niet per se voor NaNoWriMo is, maar waar ik wel gewoon aan verder ga. Ik heb dus nooit een verhaal, ik schrijf altijd aan meerderen en ook dit jaar is dat zo. Onderstaand stukje schreef ik vandaag en vind ik stiekem best leuk.

‘Die jongen waar je mee op de foto staat, vind je hem ook leuk?’
Langzaam schudde ik mijn hoofd.
‘En bén je met hem vreemdgegaan?’
Opnieuw schudde ik mijn hoofd. ‘Nee, en dat ben ik ook niet van plan. Ik denk trouwens niet dat ik zijn type ben.’
Mijn vader liet zijn ogen over me heen glijden en hij trok een mondhoek naar me op. ‘Hoe kan jij zijn type nou niet zijn? Mijn dochters zijn iedereens type.’
‘Hij is allergisch voor rubber.’
Er verschenen nog meer lachrimpels in zijn gezicht. ‘En laat jij nou dol zijn op rubber. Rubberen laarzen, regenjasjes …’
Toen was het of mijn hoofd in de brand vloog, zo warm voelde het ineens. Ik wist waar hij het over had en dat hij niet doelde op mijn collectie regenjassen met print. ‘Páp,’ siste ik, ‘doe normaal.’ Ook al was er verder niemand in de kamer, behalve Scissors, zijn pluizige en gerafelde kater. En ik vermoedde dat Scissors niet helemaal lekker was in zijn bovenkamer. ‘Maar nee, hij is niet allergisch voor rubber. Ik ben gewoon zijn type niet.’
‘Waarom niet?’
‘Hij vindt jou te eng.’
Met een frons keek hij me aan. ‘Dan heeft hij geen goede muzieksmaak als hij me eng vindt. Misschien moet je hem een cd geven van de Sunny’s.’ Mijn vaders koosnaam voor zijn band was de Sunny’s.
‘Daar wordt zijn vader vast blij van, want die is fan. Hij vindt het daarentegen vreselijk, dus ik maak hem er niet blij mee.’

Het gezicht van mijn vader klaarde op en zijn lach werd zo breed dat mijn mondhoeken mee wilden doen.
‘En ik ben zijn type niet, want ik denk dat hij op meer spieren en minder tiet valt. Op meer van onderen.’

En dat was week drie alweer. Ik hoop dat het in de laatste week ook zo goed blijft gaan als nu. Hoe gaat ‘ie bij jullie? Zien jullie het nog zitten?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge