Schrijfzondag: Bloeddorstig kreng

Schrijfzondag: Bloeddorstig kreng

Met een thud! laat ik de dolken vallen, vastbesloten om ze midden in de gang achter te laten. Eerst wil ik uren slapen, net zo slapen als die man eerder vanavond … bij de gedachte aan hem klem ik mijn kaken op elkaar. Ik wil niet aan hem denken. Aan zo’n waardeloos stuk vreten voor wie zelfs de dood nog te goed is. Als ik gelovig zou zijn, zou ik zeggen dat hij in de hel mag branden. Voor eeuwig en altijd. Ik ben alleen niet iemand die in wat dan ook gelooft, zelfs niet in paarse aliens met glitter all over, dus dat recht heb ik verspeeld.Met opgetrokken lippen kijk ik naar de bebloede dolken. Vol met dikke, rode spetters. Alsof het aardbeiensap is. Grote klodders opgedroogd sap.
‘Kun je eens niet binnenkomen alsof je hurricane Sandy herself bent?’ Ik draai me om, net op tijd om Noah uit zijn slaapkamer te zien komen. Zijn donkerrode haar staat alle kanten op en zijn ogen zijn halfdicht. Ik hou mijn hoofd schuin. Ondanks dat we dezelfde vader hebben, lijken we niets op elkaar. Lichtblond versus donkerrood haar. Een huid vol met puistjes versus een egale, besproete huid. Klein en mollig versus lang en slank. Muzikaal als een kachelpijp versus alleskunner. Te awkward om maar met mensen te durven praten versus superduper megaflirt. Maar misschien heeft dat laatste ook te maken met zijn Britse accent waar meisjes als een blok voor vallen en dat ‘te cute’ vinden. Toegegeven: dat zou ik ook vinden als hij niet mijn broer was.
Hij heeft waarschijnlijk alle goede genen opgemaakt en toen ik geboren werd, was er niets meer over. Bijna alle. Al is er een ding dat hij niet geërfd heeft.
‘En waarom,’ zegt hij, wijzend naar de wapens op de vloer, ‘gooi je met daggers?’
‘Dolken. We zijn niet meer in Londen, sweetheart.’ Even rol ik met mijn ogen. ‘En ik mag toch gooien waarmee ik wil.’
Hij trekt zijn neus op. ‘Vandaag of morgen staat de politie voor de deur, omdat mijn zusje een seriemoordenaar is.’ Langzaam schud ik mijn hoofd. ‘Ik ruim alleen de wereld op door hem te ontdoen van slechte mensen.’
‘Dan zijn het nog steeds mensenlevens en dus moord je. Je bent een bloeddorstig kreng.’
Een snuif verlaat mijn mond. ‘Noah, dit zijn geen mensen, maar wilde beesten. Niemand mist ze.’ Iets dat mijn broer nooit zal snappen. Ik doe het niet voor het bloed, omdat ik wreed zou zijn, maar omdat ik een ideaal heb. Ik wil de wereld een betere plek maken zonder pedofielen, moordenaars en oplichters.

Dit prompt werd geen prompt, maar echt een kort verhaal. Volgende week komt deel 2.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge