Schrijfzondag: Een hobbit?

Schrijfzondag: Een hobbit?

De blauwharige jongen – Colin – was bij ons komen staan en ik keek hem met gefronste wenkbrauwen aan. Waarom kwam ik de twee jongens tegen die ik allebei als klant in de winkel had gehad had vandaag? Was dat toeval of kenden zij elkaar? Mijn ogen schoten van de ene naar de andere jongen en ik probeerde om mijn gedachten te ordenen. Dit kon haast geen toeval zijn, ze moesten elkaar wel kennen. Niet dat het muzikantenwereldje heel groot was, want ik vermoedde dat de meesten elkaar wel kenden daar. En dat zou ik ook vrij logisch vinden als dat het geval was.
‘Wie is er zeshonderdvijf?’ herhaalde hij zijn vraag met een scheve grijns. ‘Ben jij een wereldwonder, Lukie?’
Dit was het antwoord op mijn onuitgesproken vraag. Ze kenden elkaar dus echt. Maar toch moest ik de vraag stellen. ‘Jullie kennen elkaar?’ De grijns op het gezicht van Colin werd breder en hij knikte langzaam.
‘Lukie en ik kennen elkaar al heel erg lang. Sinds we zo,’ hij liet zijn hand bij zijn knie zweven, ‘groot zijn.’
‘Dan was het vast ook geen toeval dat jullie allebei vandaag in mijn winkel opdoken.’ De veelzeggende blik die de jongens uitwisselden, ontging me niet. Maar wat kon ik ervan zeggen? Waarschijnlijk hadden ze hun eigen geheimen en hun eigen dingen na zo’n lange vriendschap. Wie was ik om daar iets van te kunnen zeggen?
Colin haalde zijn schouders op. ‘We delen een appartement en toen Luke thuis kwam, vertelde hij over jouw winkel.’ Hij liet even een pauze vallen om een slok van zijn drankje te nemen. ‘Over hoe aardig en mooi je was, hij kon er niet meer over ophouden.’
De andere jongen deed of hij Colin een klap wilde geven, maar hij raakte hem niet echt. Waren de wangen van Luke roder of leek dat zo, omdat het licht boven onze hoofd van paars naar roze verkleurde. Ik merkte dat een van mijn mondhoeken omhoog ging in een halve grijns. ‘En dat moet ik geloven zeker?’
Hij grinnikte. ‘Nee, eigenlijk zei hij dat je op een ontzettend lelijke hobbit leek en aangezien ik nog nooit eentje gezien heb, moest ik wel met eigen ogen gaan kijken of mijn bro gelijk had natuurlijk.’
‘Nou, jij weet ook wel hoe je complimenten moet maken. Eerst denk je dat ik tien pond nodig heb en nu noem je me een een lelijke trut.’
‘Ho, ik heb je nooit een lelijke trut genoemd.’ Colin grinnikte en het was duidelijk dat hij zichzelf maar wat grappig vond. Maar stiekem moest ik ook lachen om zijn enthousiaste gezicht erbij.
‘Een hobbit dan. Dat is hetzelfde.’

Deze week een stukje uit mijn fanfic die inmiddels op Wattpad staat

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge