Schrijfzondag: Onverwachte ontmoetingen

Schrijfzondag: Onverwachte ontmoetingen

Nu hoor ik jullie denken; Huh, deze heb je toch al gebruikt? Ben je dat vergeten? Nope, dat ben ik niet vergeten. Maar voor dit prompt had ik meerdere ideeën en toen bedacht ik me: ik schrijf er gewoon twee. Allebei anders. 

Schermafbeelding 2016-08-14 om 14.21.58

‘Kom, kom! Ze gaan zo spelen!’ Shailene trok aan mijn arm. Ze deed het iets te hard en kneep me pijnlijk. Ik kermde hardop van pijn. ‘Sorry,’ zei mijn beste vriendin, maar ik wist dat ze het niet meende. Het enige wat voor haar telde, was om vooraan te komen bij de band waar ze zo’n fan van was dat het bijna genant was.
Ik liet me door haar mee trekken, terwijl ik een poging deed om niet uit te glijden in de plassen modder die ontstaan was door de vele regenval. En ik deed ook nog een poging om mijn hamburger op te eten. Ik was een natuurtalent als het om multitasken ging. Shai danste voor me uit, zich geen moment bewust van wat er zou gebeuren als ze in de modder uit zou glijden. Of misschien was het het bier die dat soort gedachten verdoofden. De wind gierde om ons heen en ik besloot voor de duizendste keer vandaag dat dit geen festival was, dat dit weer verboden zou moeten worden op welk festival dan ook. En zeker op de eerste dag.
Poncho’s waren hier helemaal hip, vooral in felle kleuren. Blauwe, gele en roze mensen liepen ons voorbij, krakend en de geur van nieuw plastic achterlatend. Ik zuchtte diep. Met een festival hoorde het minstens vierentwintig graden en zonnig te zijn. Niet dat ik het ooit droog gehouden had sinds ik drie jaar geleden naar Blue Grass Rock gegaan was. Het was een illusie, maar wel een hele mooie waar ik in bleef geloven. Ik weigerde op te geven dat Nederland geen festivalland was.
Shai greep mijn arm beet – opnieuw te hard dat een ‘Shai!’ van mij opleverde – en begon zich door de menigte te wurmen. Voor de boze opmerkingen en kwade blikken was ze doof en blind. Ze moest en zou vooraan staan. Voor mij was dat niet per se nodig, maar als mijn vriendin dat zo graag wilde, vond ik het prima. Ik schoof net de laatste hap van mijn broodje vlees naar binnen toen Shai stopte en ik tegen haar aanknalde. Ik keek recht in het gezicht van iemand die ik niet tegen had willen komen en zeker niet hier. En het meest erge was nog wel dat ik zijn naam niet meer wist. De jongen die ik vorig jaar ontmoet had in de wachtrij voor dit festival. De jongen die ik toen zo leuk gevonden had met zijn verwarde haar, skinny jeans, goede kont. Ik was alleen gegaan, omdat niemand van mijn vrienden mee had willen gaan. Het lag vast aan het feit dat ik het hele festival dronken geweest was. Van begin tot eind.
‘Airley.’ Op het gezicht van de naamloze jongen brak een glimlach door en hij deed een stapje voor ons opzij. Shai maakte meteen gebruik van het aanbod. ‘Dat is lang geleden.’
Ik voelde me nog schuldiger nu hij mijn naam nog wel wist. En een beetje indrukwekkend was het wel, vooral omdat we elkaar daarna niet meer gesproken hadden.
‘Hoi,’ zei ik aarzelend en hij hoorde de aarzeling ook, want er verscheen een andere blik op zijn gezicht. Het was of iemand die perfecte glimlach had uitgegumd, zo in een keer over het papier. ‘Je hebt echt geen idee meer wie ik ben?’
‘Je zou denken dat die verwarde blik en lege blik het antwoord zijn.’ De woorden kwamen snibbiger mijn mond uit dan ik het had willen zeggen en ik voelde dat mijn wangen verkleurden. Ik wilde hem helemaal niet afbekken, want hij was vorig jaar aardig geweest. En nu weer. Waarschijnlijk was hij altijd aardig. En hij was nog leuk ook.
Ik was degene die het altijd verpestte.
Zijn ogen schoten over me heen, alsof hij zich dingen probeerde te herinneren. Was hij eigenlijk ook zo dronken geweest? Of had hij me alleen maar onthouden, omdat ik een bijzondere naam had? Met dank aan mijn vader.
‘Sorry,’ mompelde ik, ‘ik weet waar we elkaar ontmoet hebben, dat we vorig jaar de hele tijd met elkaar hebben opgetrokken, maar ik heb geen idee meer wie je bent. Sorry.’ Als je te vaak het woord ‘sorry’ gebruikte, verloor het zijn glans. Dat had mijn vader ooit eens tegen me gezegd en ik kon het niet meer dan eens zijn met hem. Maar dat voelde nu raar om te zeggen.
‘Ben je nu weer dronken?’ Zijn ogen schoten naar het bekertje met goudgele vloeistof in mijn hand, maar ik schudde mijn hoofd.
‘Nu niet.’
‘Misschien moet ik me dan opnieuw voorstellen.’ Hij stak zijn hand naar me uit die ik aanpakte. ‘Ik ben Robin.’
‘Airley,’ zei ik, ook al wist hij het nog wel. ‘Ik zal proberen om je naam te onthouden voor volgend jaar. Maar dan moet je wel deze poncho aantrekken, anders herken ik je niet.’ Bij die woorden trok ik zacht aan een touwtje uit de capuchon en hij lachte.
‘Deal.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge