Schrijfzondag: Stille broertjes

Schrijfzondag: Stille broertjes

‘Ik probeer een kluis te kraken. Wees stil.’
Ik beet op mijn lip en ik probeerde geen geluid te maken, terwijl ik naar haar vingers keek die zo vaardig de haarspeld omdraaiden in het slot van de grijze kluisdeur. Het was of haar vingers een op zichzelfstaand onderdeel van haar lichaam waren, of ze ook nog zouden werken als ze haar hoofd zou verliezen.
Een klein geluidje ontsnapte aan mijn lippen en Elizah draaide zich om. De donkere ogen van Elizah boorden zich in de mijne en even keken we elkaar aan. Dezelfde ogen die mij elke morgen in de spiegel aanstaarden. Haar mond was vertrokken in een smalle streep en op haar wangen waren blosjes te zien van de inspanning. Een pluk donker haar was uit haar strakke staart bovenop haar hoofd ontsnapt en ze duwde de pluk nijdig weg.
‘Boris, wees stil, anders kun je die kilo’s diamanten wel op je buik schrijven,’ snauwde ze. ‘Ik had je niet mee moeten nemen en niet naar mam moeten luisteren. Note to self: je moet je irritante broertje nooit meenemen als je een crimineel klusje te doen hebt.’
Ik sloeg mijn armen over elkaar. ‘Dan had ik mam verteld wat je van plan was om te gaan doen.’
Ze zuchtte diep, ze wist dat ik gelijk had. Zo was het bij ons thuis altijd. Zij en ik, we waren aan elkaar gewaagd. Misschien kwam dat ook, omdat we nauwelijks een jaar scheelden. De andere drie kinderen in ons gezin waren jaren jonger en hadden bovendien een andere vader. Elizah en ik, wij deelden al ons bloed en allebei onze ouders.
De pluk haar viel opnieuw naar voren en ze duwde hem weer naar achteren. ‘Dat zou je niet dúrven,’ snauwde ze en ze bleef vlak voor me staan. Ondanks dat ze een kop kleiner was, leek ze groter te zijn dan ik was. Misschien kwam het door haar zwarte kleding die ze droeg om niet op te vallen, inclusief zwarte handschoenen. Ze had mij ook gedwongen om dezelfde kleding aan te trekken.
‘Anders kunnen ze je misschien op camerabeelden herkennen,’ was haar verklaring geweest.
Het liefste zou ik niet naar haar geluisterd hebben, maar ze had een punt. Hiermee had ze absoluut gelijk en dat wisten we allebei. Dit was niet voor het eerst. Het was ook niet voor het eerst dat ze de wet brak, dat ze iets deed waar gevangenisstraf op stond. Het was wel voor het eerst dat ik erbij was. En nee, ik durfde niet tegen mijn moeder te zeggen, want dan zou ik ook medeplichtig zijn.
‘Goed, ik hou mijn mond wel,’ bromde ik en ze gaf me een zacht klapje tegen mijn schouder.
‘Braaf broertje.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge