Schrijfzondag: Zonnestralen & Whisky

Schrijfzondag: Zonnestralen & Whisky

‘Wie heeft jouw kom met zonnestralen vanmorgen opgegeten, donderwolk?’ Ik slenterde de gang in en een paar groene ogen keken me boos aan. De ogen van mijn beste vriend Julian die zelden zo stonden. Ik zag er iets wilds in, iets stormachtigs alsof er binnen hem een storm woedde die hij niet echt onder controle had. Deels misschien, maar nooit volledig. En dat wist ik beter dan wie dan ook.
Mijn ogen schoten over zijn lijf, over het wasbordje dat hij had zonder er veel voor hoefde te doen. Niet zoals sommige andere mensen die er uren voor in de sportschool rond moesten hangen, zoals ik. Zijn boxershort hing laag op zijn heupen en hij hees het kledingstuk zwijgend op.
Langzaam schudde hij zijn hoofd ten teken dat hij er niet over wilde praten, maar ik was nieuwsgierig. Had hij teveel gezopen of was er een meisje die zijn hart gebroken had? Was er misschien een meisje niet ingegaan op zijn avances en had hij daarom nu zo’n rothumeur?
‘Jij,’ gromde hij, ‘jij hebt ze opgegeten, want je bent veel te vrolijk, Q.’ Zijn ogen keken me fel aan en ik zag dat hij iets wilde zeggen, maar het inslikte. Ongetwijfeld was het iets beledigends, want dat was hoe wij met elkaar omgingen. Wij beledigden elkaar graag. Voor ons was dat een teken dat alles goed was, dat het prima ging. Ik kon nooit zeggen dat ik van hem hield, ook al deed ik het wel. Niet langer als een geliefde, maar als een beste vriend. Meer dan een beste vriend. Een soulmate, maar niet de soort band die je deelt als je verliefd op elkaar bent. Het was iets anders.
‘Ik ben altijd vrolijk, vooral als ik een fles drank achter de kiezen heb.’ Ik trok mijn mondhoeken op tot een brede grijns.
Langzaam schudde hij zijn hoofd. ‘Wat was het? Je favoriete drankje?’
‘Nee, whisky. Een beetje out of my comfort zone. Het helpt mee als je geen donderwolk wilt zijn zoals jij vanmorgen. Ben je uit je kamer gevlucht, omdat er een onweersbui losgebarsten is? Is de prinses er niet en heb je jezelf een handje moeten helpen? Doet ze het beter dan jij? Ze kan wel iets dat jij niet bij jezelf kunt …’
Ik maakte mijn zin niet af en hij hief zijn hand, terwijl hij mompelde dat hij er niets over wilde horen. ‘En nee, ‘de prinses’ is niet blijven slapen. Mijn vader heeft net gebeld.’
‘Dan snap ik waarom je zo’n humeur hebt.’
Hij was niet zo dol op mijn vader. Ik ook niet zo op de mijne, behalve als ik geld nodig had. Maar dat was niet zo’n ongelofelijke klootzak als Oscar Dekker. Niemand kon een grotere zijn. Sinds Julian en ik samenwoonden, had ik zijn vader al een tijd niet gezien en dat beviel me prima. Hem ook. In elk geval leidde ik dat af uit het feit dat hij zelden naar huis ging en als hij ging, op tijden dat zijn vader onmogelijk thuis kon zijn.
‘Wat wil hij van je?’ vroeg hij, leunend tegen de muur, terwijl mijn vingers met de sigaret speelden.
‘Wat hij altijd wil: mijn aandacht.’ Met die woorden beende hij naar de badkamer en sloeg de deur voor mijn neus dicht. Ik nam me voor om hem zo een borrel te geven, want shit, hij had echt alle zonnestralen nodig die ik zou kunnen vinden om zijn vader onder ogen te komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge