Schrijfzondag: It’s all about a fanfic

Schrijfzondag: It’s all about a fanfic

In mijn hoofd heb ik een tijdje dat ik een fanfic wil schrijven, een verhaal waar weinig druk op zit, omdat ik er niets mee kan. Dit stukje is het begin van die fanfic in een heel erg eerste versie. Het hele eerste hoofdstuk vind je hier

De dialoog is trouwens in het Engels, maar alleen de eerste zin doe ik ook daadwerkelijk Engels.

  1. Flinn

Can I ask you something?’ Een hese jongensstem drong door in mijn oren en met een ruk keek ik op. Het eerste dat me opviel waren zijn ogen, felblauw, gevolgd door een supersexy drie dagen baardje. Ik had iets met drie dagen baardjes.
Mijn ogen gleden verder over zijn gezicht en bleven hangen bij het ringetje in een paar volle lippen. Waarom had deze jongen mooiere lippen dan ik? Het was niet eerlijk. Er ontsnapte een geluidje uit mijn mond.
‘Sorry?’ Hij had een accent dat vreemd klonk. Het klonk alsof het Brits was, maar toch niet helemaal. ‘Snap je me? Spreek je Engels?’
Ik probeerde te bedenken wat ik tegen hem moest zeggen, welke woorden ik aan elkaar moest rijgen om een zin te vormen. Het leek of mijn complete Engelse vocabulaire verdwenen was.
Het blauwe van zijn ogen zorgde ervoor dat ik piepend adem haalde toen hij me recht aankeek.
‘Snapte je me?’ herhaalde hij.
‘Ik … ja, sorry.’ Ik klonk alsof ik een leger muizen ingeslikt had, omdat ik zo’n honger had.
‘Heb je ook plectrums?’ Zijn ogen bleven even hangen op de elektrische gitaren die boven mijn hoofd, achter de toonbank hingen.
Plectrums. Ik herhaalde het inwendig in mijn hoofd. Dat betekende dat hij een gitarist moest zijn. Een hele leuke gitarist en een van de weinigen in zijn soort. De meesten waren oud, lelijk of allebei. Een man met een gitaar zorgde er soms voor dat vrouwen hem ineens wel zagen staan, maar ik was niet zo’n meisje. Ik viel niet op muziekinstrumenten. Maar deze jongen was echt knap en ik was er vrij zeker van dat hij zo al genoeg meisjes achter zich aan had. Niet dat ik het ze kwalijk kon nemen.
‘Daar liggen ze.’
‘Daar’ was het tafeltje midden in de winkel waar ik zo ongeveer elke dag minstens een keer tegenaan liep. Een keer niet gebotst is een keer niet geleefd of zoiets.
Zijn antwoord was een brede grijns voor hij er naartoe liep. Behalve plectrums lag er ook een stapeltje boeken die met muziek te maken hadden, een paar tijdschriften en wat merchandise van bands. Het had mijn baas een goed idee geleken om het op die manier uit te stallen. De achterliggende gedachte was natuurlijk om meer te verkopen.
Mijn hart sloeg snel, sneller dan normaal, terwijl ik probeerde om vooral niet zijn aftershave te ruiken. Terwijl ik probeerde om vooral niet die stoppels op zijn kaken te zien. Ik moest mezelf afleiden om te voorkomen dat ik me straks als een doorgedraaide wurgslang om hem heen zou kronkelen.
‘Speel je al lang?’ De woorden waren mijn mond al uit voor ik ze tegen had kunnen houden. Ik wilde het wel weten, maar ik wilde niet te nieuwsgierig overkomen. ‘Of speel je niet?’
Hij keek op, zijn blauwe ogen boorden zich in de mijne. Anders dan dat kon ik het niet omschrijven. ‘Denk je dat ik deze dan nodig had?’ Hij zwaaide met de plectrums die hij gevonden had. ‘Ik ben Luke trouwens.’
‘Flinn. Met een I. En ik dacht dat je misschien aardig was voor een vriend of zoiets.’ Ik haalde mijn schouders op. ‘Maar je hoeft het me niet te vertellen als je dat niet wilt, hoor. Het gaat me ook eigenlijk niets aan.’
Maar ik wil het wel weten, ik wil alles van je weten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge