10. Je moet schoenen nooit laten slingeren

10. Je moet schoenen nooit laten slingeren

10. Je moet schoenen nooit laten slingeren

‘Hij weet niet alles toch?’ Jamie’s toon was neutraal, maar zijn houding was verstrakt en hij straalde woede uit. ‘Als hij iets weet, moet jij het hem gezegd hebben, Isa.’
Ze schudde wild haar hoofd.
‘Hoezo ‘hij weet niet alles?’ Waar hebben jullie het over?’ Alex keek woest naar de andere jongen.
Jamie zuchtte diep en zei toen zachtjes: ‘Ik had dit aan moeten zien komen op het moment dat ik de opdracht kreeg. Ze hebben me zelfs gewaarschuwd, maar ik heb me er niet op voorbereid, omdat ik eigenwijs was.’
‘Ze?’
Hij vroeg niet of hij het horloge even mocht hebben, hij pakte het gewoon uit Alex’ hand en draaide het om. Ze zag het bloemenpatroon opnieuw, maar ze zag nu ook wat anders onder de roest en bij zijn vingers. Letters in een onleesbare taal.
‘Tempus Præteritum Nihil Futurum Incertum. Præsens Instabile Cave Ne Perdas Hoc Tuum,’ zei hij toen zachtjes, terwijl zijn vingers over de letters gleden.
Het klonk griezelig in de kille ruimte vol tegels en ze had geen idee wat hij precies gezegd had.
‘En nu in het Nederlands.’
Jamie negeerde de opmerking van Alex. ‘Hier staat alleen het begin op. “Tempus Præteritum Nihil Futurum Incertum.” Het hele motto was te lang en dat zou veel te opvallend geweest zijn.’
‘Wat betekent het?’ vroeg Isa, terwijl hij het horloge terug in haar hand legde.
‘”Verleden tijd is niets, de toekomst is ongewis. Het heden is onzeker, pas op en verdoe uw tijd niet. Het motto van de Tempus Viator. Later zal ik al jullie vragen beantwoorden, maar niet nu en zeker niet hier, Isa. En ruim dat horloge op, omdat je nooit weet wie er mee luistert.’
‘Er is hier toch niemand?’
‘Dat zegt niets. Je vindt tegenwoordig op elke straathoek een camera en ik denk dat hier op school ook wel van die dingen hangen. Wat ik jullie moet vertellen, is alleen voor de oren van tijdreizigers bestemd.’
‘Waarom mogen alleen wij het horen of mag je dat ook niet vertellen?’
Jamie glimlachte. ‘Omdat de meeste mensen er niet in geloven. Kom vanavond om precies elf uur hierheen. En spoel het door de wc wanneer je zeker weet dat je in je hoofd hebt opgeslagen. Maak er geen foto van. Mobieltjes kan men stelen en als ze weten dat er een foto met mijn adres op staat, zullen ze het stelen.’
Hij had een opgevouwen papiertje in haar hand laten vallen, nauwelijks groot genoeg om een lang adres op te schrijven zoals hij gedaan had.
‘We komen thuis nooit weg, onze ouders worden woest,’ stamelde Alex en ze draaide zich verbaasd om. Ze had de jongen nog nooit horen stamelen, ze had altijd gedacht dat hij niet meer dan een koele kikker was.
‘Ik neem aan dat jij wel vaker met dat bijltje gehakt hebt, Alex. Je bent niet populair, omdat je een geweldige kok bent. En Isa gaat weleens aan de wandel ’s nachts. Samen komen jullie er wel uit.’
Ze verwachtte dat hij langs zou lopen, maar toen was hij weg. Het was in een keer knipperen gebeurd, alsof hij hier nooit gestaan had.
‘Alex?’ piepte ze. ‘Zag jij dat ook?’
De reactie op zijn gezicht was genoeg om te weten dat het geen bedenksel van haar eigen fantasieën was. Haar moeder had altijd gemopperd op haar dochter dat ze veel te veel fantasie had.
Het papiertje in haar handpalm was nog een bewijs dat ze het niet verzonnen had, dat het echt was. ‘Tot elf uur,’ zei ze tegen de lucht.

‘Jij weet waar we moeten zijn, toch?’
Ze knikte zonder om te kijken, terwijl ze haar penseel in de glazen pot met water liet glijden. Toen draaide ze zich om naar Alex die haar deur geluidloos dicht gedaan had en er nu tegenaan leunde.
‘Ik heb het adres in mijn hoofd opgeslagen als je dat bedoelt. Jij toch ook?’
Ze keek naar hem zonder met haar ogen te rollen en zonder verlegen te worden. Ze keek gewoon. Er waren dagen dat zijn ogen blauw leken, soms grijs. Vandaag was een grijze dag. Zijn donkerblonde haar was warrig, expres warrig, en zat vol met haarproducten zoals gel en haarlak. Hij had meer haarproducten op zijn ladekast staan dan de Kruidvat in het schap, maar op scheermesjes bezuinigde hij duidelijk. Ze bloosde toen ze eraan dacht hoe het zou voelen als ze hem over zijn kaak aaide.
Alex en Jamie waren allebei knap, maar zo verschillend. Alex was het prototype, de jongen die iedereen knap vond en die op een Amerikaanse high school niet zou misstaan. Jamie was apart knap zoals modellen en acteurs dat kunnen zijn. Hij voldeed niet aan het schoonheidsideaal, daarvoor waren zijn ogen te groot en zijn gezicht te smal.
Alex’ wangen waren een beetje rood toen hij mompelde: ‘Ik heb een slecht geheugen en ik ben het adres vergeten. Bovendien had ik andere dingen aan mijn hoofd zoals het strafwerk voor Nederlands.’
Ze hadden samen boven de wc-pot gehangen en gekeken hoe het papiertje verdween in het water. Daarna had ze een buikpijn-aanval verzonnen zodat niemand het vreemd vond dat ze weggebleven was. Iedereen had haar geloofd, ook haar vriendinnen die haar na de les bezorgd een reep chocolade (Iris) en twee rode appels (Carly) toegestoken hadden. Ze had geen idee of het hielp tegen buikpijn, maar lief was het wel.
Alex had minder geluk gehad, al had ze geprobeerd om iedereen ervan te overtuigen dat hij bij haar gebleven was toen ze kreunend over de vieze grond van het toilet had gerold. Hij had na moeten blijven en het had hem strafwerk opgeleverd.
Isa voelde zich beschaamd, omdat ze niet op hem gewacht had om te vragen hoe het gegaan was.
‘Moet ik je helpen? Wat moet je doen?’
Hij maakte een handgebaar. ‘Ik moet een opstel schrijven over het effect van liegen, maar ik denk niet dat je me daarbij kunt helpen.’ Hij toverde een scheef lachje tevoorschijn en haar hart begon sneller te kloppen. ‘Ik heb het wel voor je over.’
Die opmerking bezorgde haar helemaal een racend hart. Het zou zo mee kunnen doen aan de Formule 1. Als harten tenminste toegestaan waren.
Haar bonzende hart, haar droge keel waren allemaal aanwezige symptomen die bij een verliefdheid, bij een crush hoorden. Alex was niet langer alleen maar haar klasgenoot, de jongen die ze leuk vond. Hij was nu haar stiefbroer, familie. Ze hadden geen bloedband, maar dat maakte niet uit.
Haar gevoel was weer aangewakkerd door wat er op het toilet gebeurd was, ook al probeerde ze uit alle macht naar haar geweten te luisteren. Ze wilde weten wat hij dacht, maar als ze het zou vragen zat zij met de gebakken peren. Voor ze ging studeren, zouden er nog heel wat etentjes komen waarbij ze naast hem zat aan de eettafel. Ze zou nooit meer naast hem durven zitten als hij haar afwees.
‘Ik hoop dat ik het weet. Ik heb het adres, maar de kaarten lieten me niets zien. Alleen maar een bouwput.’
‘Misschien is gaan dan geen slecht idee. We moeten eerst langs onze ouders komen.’
Waarschijnlijk zouden de twee verliefde volwassenen niets gemerkt hebben als Alex niet over een schoen gevallen was die op een traptree stond en Isa niet tegen hem aangeknald was.
Samen rolden ze van de trap tot ze tot stilstand kwamen voor de huiskamerdeur, het hele gewicht van Alex bovenop haar.
‘Au!’
‘Gaat het?’
Zijn bezorgde stem was in haar oor, zijn adem was warm in haar nek en ze probeerde te knikken door zich te concentreren op zijn stem en niet op de bonkende pijn in haar knie waardoor ze wilde gillen en misselijk was.
‘Alex, Isa, wat doen jullie?’
De stem van Bram klonk boven haar, terwijl Alex van haar af krabbelde en haar een hand toestak. Zijn vingers waren koel tegen haar hand en ze leunde tegen de muur om niet om te vallen.
‘Isa liet haar schoenen slingeren waar ik over viel,’ begon Alex.
Iedereen keek naar de schoen die veel te groot was om er een van haar te zijn. Ze wist dat ze grote voeten had, maat 41, maar zo groot als die schoenen waren ze toch echt niet.
‘Het is mijn schoen niet,’ bromde ze naar haar stiefbroer. ‘Wouter is de schuldige. Als jij gewoon opgelet had…’ Ze keek boos naar Alex en was een moment haar knie vergeten.
’Gaat het, lieverd? Moet je naar het ziekenhuis? Laat me naar die knie kijken.’ Haar moeder raakte haar wang aan, maar ze schudde haar hoofd en mompelde dat ze niet naar het ziekenhuis hoefde.
‘Maar ik moet wel even naar het toilet. Ik trek mijn broek hier niet uit.’
Haar knie was een beetje dik en het deed zeer als ze erin kneep, maar verder leek hij in orde. Hoogstwaarschijnlijk zou hij morgen blauw zijn en perfect passen bij haar jeans.
In de gang kibbelden Bram en Livry dat Livry veel te bezorgd was, dat Isa heus niet naar de dokter hoefde. Haar moeder was iemand die altijd al veel te bezorgd geweest was. Als ze aanspreekbaar was.
Er werd op de deur geklopt en automatisch zei ze: ‘Het gaat goed, mam. Ik heb gewoon een zere knie.’
‘Isa?’ Alex’ stem klonk door de deur heen. ‘Gaat het?’
Ze voelde dat haar wangen rood werden, ze was er vanuit gegaan dat haar moeder wilde weten of ze niet halfdood op het toilet zat, maar blijkbaar was Alex ook overbezorgd.
‘Ja, dat zei ik toch al? Wat ik zei, geldt ook voor jou.’
Ze hoorde aan de stem van Alex dat hij lachte. ‘Ook dat ‘mam’? Ik wist niet dat ik je moeder was namelijk.’
‘Nee, eh…dat stukje niet.’
‘Gelukkig, want ik werd al ongerust dat ik misschien in je moeder veranderd was.’
Toen trok ze haar broek omhoog en trok ze de wc-deur open.
Alex had een bebloed doekje in zijn hand. Had hij zich ook zeer gedaan? ‘Tand door de lip’, was de verklaring.
‘Nu het goed lijkt te gaan met onze kinderen wil ik weten wat jullie gingen doen om…’ Bram keek door de openstaande woonkamerdeur op de Friese koekoeksklok, ‘…kwart voor elf.’
‘Ik ging drinken halen.’
Brams ogen namen haar op, bleven hangen bij haar schoenen en ze slikte even. Iedereen hier wist dat Isa binnenshuis niet op schoenen liep. Dat zouden ze moeten weten. Bram ging er niet verder op in.
‘En Alex? Wat ging jij doen?’ vroeg zijn vader.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Een frisse neus halen in de tuin.’
Toen draaide hij zich om en liep hij naar de tuin. Ze liep naar de keuken en volgde daarna zijn voorbeeld door met een glas water naar buiten te lopen. Alex was op het tuinbankje onder het raam gaan zitten, zijn lange benen onder het houten ding.
‘Weet je zeker dat het gaat?’
Zijn ogen bleven rusten op haar knie, terwijl ze naast hem ging zitten en knikte.
‘Ik ben niet van suiker en ik ga heus niet dood van een blauwe plek. Iedereen doet overdreven. Ik ben zo vaak gevallen dat je het niet meer op een hand kan tellen.’
Ze zwegen even, terwijl ze de stem van haar moeder door het keukenraam hoorde.
‘Ik geloof haar niet.’
‘Mijn dochter liegt niet, Bram.’
‘Ze loog net wel en dat weet jij net zo goed als ik, Livry!’
Een stem dichtbij haar oor zei wat anders, al moest hij twee keer herhalen voor ze precies wist wat hij zei.
‘Wil jij nog wat weten wat Jamie te zeggen heeft?’ vroeg hij en toen ze knikte trok hij het glas uit haar hand. ‘Dan moeten we nu gaan.’
‘Onze ouders worden woest als we er nu vandoor gaan.’
Hij trok haar overeind en grijnsde alleen maar, een teken dat hij dit vaker gedaan had. Zij was weleens naar buiten geglipt midden in de nacht voor een wandeling wanneer ze niet kon slapen, maar dat had ze niet in dit huis gedaan en niet onder het oog van een boze stiefvader.
‘Hier krijgen we problemen mee, Alex!’ siste ze.
‘Reken maar dat we hier problemen mee krijgen.’
Het leek hem absoluut niet te deren toen hij haar meetrok, de poort uit.
‘Hoe wil je er komen? Het is aan de andere kant van de stad en lopen gaat ons niet lukken.’ Ze trok haar arm los en keek hem vragend aan.
‘Mijn fietssleutel ligt binnen.’
Ze stak een hand in haar broekzak en haalde er triomfantelijk een sleuteltje uit. ‘Maar de mijne niet.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge