11. Zwart als inkt

11. Zwart als inkt

11. Zwart als inkt

‘Slim,’ mompelde hij, terwijl hij naar haar fiets keek. ‘Waarom heb ik daar niet aan gedacht? Loop je altijd met je fietssleutel rond?’
Ze haalde haar schouders op. ‘Ik stop hem altijd in mijn zak. Misschien moet ik Jamie bellen?’
Alex snoof. ’Bel vooral je vriendje, dan ga ik wel met de fiets.’
Ze keek hem verbaasd aan. ’Hij heeft een auto?’
’Ja, een sportauto en ik betwijfel of daar drie mensen in passen. Bovendien is het jouw vriendje.’
’Alex, dat is hij niet, dat weet je.’ Ze schudde haar hoofd.’Hij wil mij net zo min helpen als jou.’
‘Alexander, waar ben je?!’ Brams stem donderde over de donkere straat. ‘Kom nu hierheen. Jij ook, Isa.’
‘Of niemand belt hem,’ mompelde Alex en hij trok de fiets uit haar handen. ‘Ga achterop.’
Ze wilde reageren dat hij ook best achterop kon, maar haar knie gooide roet in het eten. Dit was duidelijk niet het beste moment om de feministe in haar te laten ontwaken. De spijlen van haar bagagedrager deden zeer aan haar billen en ze kreunde zonder geluid te maken. Ze sloeg haar armen om Alex heen om te voorkomen dat ze van de fiets viel.
Niet dat het heel veel hielp, want desondanks gleed ze vijf keer bijna van haar fiets, stootte ze twee keer haar kin tegen Alex’ harde rug en kwamen haar handen per ongeluk een paar keer onder zijn shirt terecht op zijn snikhete huid. Alex leek het niet te merken.
Isa kreeg gelijk, het was een nieuw appartementencomplex dat bij het adres op het papiertje hoorde. Een donker appartementencomplex, er leek niemand thuis te zijn. Ze telde tien brievenbussen en tien bellen, de meeste zonder naam. Jamie’s naam was ook niet te vinden, maar dat was best logisch. Boven hun hoofden flikkerde een lamp en ze rilde in haar jack en met haar dikke wollen sjaal om.
Er hing een spin in een van de hoekjes en ze zag dat de verf al begon af te bladeren. Het complex was weliswaar nieuw, maar het leek nu al behoorlijk verwaarloosd. De buitenkant zag er in elk geval niet al te florisant uit. Ook was het niet echt fijn dat ze nergens een lichtje zag branden.
‘Je weet het zeker dat het hier is?’
‘Nee, ik heb je hierheen gelokt voor een ontmoeting met mijn nepvriendje en jou. Ik kick erop om onschuldige jongens mee te lokken naar verlaten flats.’ Ze rolde met haar ogen. ‘Natuurlijk weet ik het zeker. Ik kan het je alleen niet laten zien, want ik heb dat papiertje door de wc gespoeld. Kom.’
Isa negeerde Alex en liet haar aandacht weer afdwalen. ‘Vijf,’ mompelde ze, terwijl ze op de bel van nummer vijf drukte en Alex achter haar opdook.
‘Wachtwoord?’ zei een krakende stem door de luidspreker.
‘Ik denk dat het vandaag Pimpelmoes met halfbakken afgelebberde rubberboten is. Of een Testosteron-vogel,’ zei ze en ze rolde met haar ogen. ‘Jamie, doe gewoon open.’
‘Vergeet die groene fiets niet.’
Toen werd het stil aan de andere kant, maar ze hoorde een zoemer van de deur en rukte hem open, terwijl Alex haar fiets meenam naar binnen.
De hal was kaal en klinisch met een betonnen vloer, kil wit licht en witte muren zonder een vlekje. Voor haar waren de metalen deuren van een kleine lift en links naast de lift was een trappenhuis. Van binnen was het keurig en alles zat strak in de verf.
Op het brievenbussenpaneel lag een stapeltje kranten, maar ze lagen keurig recht alsof iemand er een lineaal naast gehouden had. Eronder stond een rode kinderfiets met een lekke band, maar zelfs die stond kaarsrecht.
‘Moeten we de fiets hier neerzetten?’ vroeg Alex zich hardop af, terwijl hij rondkeek in de kleine hal. ‘Straks wordt hij gestolen.’
‘Neem hem maar mee,’ zei een stem achter hen en ze draaiden zich om.
Jamie stapte juist uit de lift en wenkte hen. Ze propten zich met zijn drieën -en de fiets- in de kleine lift. Jamie drukte op het zwarte knopje met een grote, witte twee.
‘Ga je ons iets vertellen of hebben we ons voor niets in de nesten gewerkt?’ Alex verbrak de stilte toen ze de kleine hal instapten. Jamie pakte de fiets, reed hem door een openstaande voordeur en gooide hem tegen de muur in het huis.
‘Hebben jullie je in de nesten gewerkt dan?’ Hij leek het wel grappig te vinden.
‘Alex kan niet normaal de trap aflopen,’ bromde ze.
‘Isa kan niet uit haar doppen kijken.’
‘Doe de deur dicht,’ zei hij alleen.
De vierkante hal had muren van toffees en aan een van de muren hing een houten kapstok. Het ding was niet vol, er hingen slechts twee jassen aan de haakjes. Een spijkerjack en een gele regenjas.
In een van de hoeken had Jamie een reusachtige palm gezet en een van de deuren stond wagenwijd open. Ze zag een kingsize bed dat de afmetingen had van haar oude slaapkamer en dat niet opgemaakt was.
Blozend wendde ze haar hoofd af en liep door de deur links van de slaapkamer.
Alex en Jamie waren al doorgelopen naar de hippe woonkamer in de kleuren zwart, wit en geel.
Nu ook verkrijgbaar in andere uitvoeringen: Geel, groen, blauw en natuurlijk in rood, roze en oranje.
Dit was een steriele kamer uit een woonblad met de juiste hoeveelheid chroom, de juiste hoeveelheid kleur en de juiste hoeveelheid design. Ze haatte dit soort kamers.
Op de bank lagen tot haar opluchting wel een heleboel kranten, een berg kussens en er bleek een vieze koffiemok op een tafel te staan. Het was hier toch niet helemaal woonbladachtig.
Achterin de ruimte was een strakke keuken met grote stapels afwas. Ze kon het aanrecht niet eens meer zien. Het was duidelijk dat Jamie niet zo goed was in het doen van het huishouden. Acteren was meer zijn talent.
Hij floot een liedje dat ze niet herkende, terwijl hij thee en koffie zette. Ze verwonderde zich over hoe goed hij wist wat zij dronk, wat Alex dronk.
Hij moest hen vaker begluurd hebben dan ze wist, want na een keer wist je niet dat Alex dol was op ‘Britse’ thee: Pikzwarte thee met heel veel melk zodat het niet langer pikzwart was. Ze kreeg ze koffie en Jamie nam cola.
‘Je had ons ook best cola mogen geven,’ bromde Alex, maar Jamie glimlachte alleen maar.
‘Wat willen jullie weten?’
‘Wat dacht je van alles?’
Hij grinnikte en haalde een hand door zijn blonde haar. Het laagje make-up was verdwenen en de stip was weer zichtbaar. ‘Ik kan je niet alles vertellen, Alex. Ik weet bijvoorbeeld niet waarom meisjes het leuk vinden om te fangirlen over mij of wat ze bedoelen als ze je sms’jes negeren. Dus wat willen jullie weten? Brand maar los.’ Hij spreidde zijn armen.
‘Wie zijn de Tempus Viator? Wie gaf je de opdracht om ons te schaduwen?’ vroeg Isa, terwijl ze probeerde om niet al te gretig over te komen.
‘Waarom hebben ze zo’n raar motto? En waarom had Isa het over tijdreizen?’ vulde Alex aan, terwijl hij fronsend naar de jongen keek.
‘Misschien moet ik bij het begin beginnen, anders ben ik bang dat het jullie gaat duizelen. Straks denken jullie nog dat jullie gek moeten worden, net zoals ik dat dacht toen ik benaderd werd door Viktor. Viktor is mijn vroegere mentor,’ zei hij toen hij de verbaasde blikken zag.
‘Je zou bij het begin beginnen!’ mompelde Isa boos. ‘We kennen die Viktor niet, hoe moeten we nu weten waar jij het over hebt?’
Hij zweeg en keek even in zijn cola. ‘Laat me nadenken.’ Hij sloot zijn ogen en leunde achterover in de leunstoel van geel leer.
‘Ik was zestien toen ik het idee had dat ik gevolgd werd. Ik probeerde om de schaduw kwijt te raken, om hem te slim af te zijn. Alleen dat lukte niet en ik werd benaderd door een man. Door Viktor die op Einstein lijkt. Hij begon een praatje met me toen ik op de bus stond te wachten en ineens vroeg hij of ik een plekje op mijn arm had. Ik keek hem geschrokken aan, want ik had niemand verteld wat ik ontdekt had, ook niet mijn toenmalige vriendinnetje.’ Hij tikte op de vlek op zijn arm.
De vlek die wij ook hebben, dacht Isa.
‘Viktor vertelde me dat ik uitgekozen was voor een genootschap van zeer slimme mensen die in de tijd konden en kunnen reizen: De Tempus Viator. Jullie denken dat wij drie de enigen zijn met zo’n vlek, maar dat hebben jullie mis. Er zijn niet veel mensen met een vlek, maar ze zijn er. Op dit moment zijn het er acht waarvan zeven tussen de twaalf en twintig en daar kennen jullie er al drie van.’
‘Dat is beslist anders dan in de Edelsteentrilogie,’ mompelde Isa.
‘De wat?’ Jamie keek verward.
‘Een boekenserie waar mijn stiefzusje dol op is,’ zei hij sarcastisch. Ze smeet een kanariegeel kussen tegen de jongen aan. Waarom had Jamie eigenlijk kanariegele kussens op zijn bank liggen? Jongens hielden toch niet van kussens, alleen van kussen? Ze miste en Alex grinnikte. ‘Ik ben slecht in het vangen van ballen, maar kussens zijn blijkbaar een stuk gemakkelijker. Misschien moet ik me maar opgeven voor kussenbal.’
‘Houd je mond!’
Jamie kuchte hardop. ‘Kan ik verder met mijn verhaal, kindjes?’
Isa snoof, maar zei niets en Jamie vervolgde zijn verhaal. ‘De Tempus Viator is een groep mensen waarvan een klein deel kan tijdreizen. De groep is veel groter, maar die kunnen niet tijdreizen.’ Hij trok een gezicht en grijnsde breed. ‘Acht mensen die door de tijd heen huppelen. Oké, zes eigenlijk, want jullie twee kunnen nog niets. Dat is overigens een kwestie van tijd.’
‘Laat me raden: Na onze verjaardag kunnen we iets bijzonders,’ zei Alex snuivend en ze hoorde het sarcasme in zijn stem.
‘Nee, na je verjaardag ben je alleen een jaar ouder. Door de tijd heb je altijd kunnen reizen, alleen niet gemerkt. Nou ja, Isa dan.’
‘Heeft mijn moeder de wereld van de tijdreizigers laten verbergen door een warlock die van glitter houdt?’ vroeg ze spottend. Het leverde haar opnieuw een vragende blik van Jamie op voor hij zijn hoofd schudde. Las hij nooit boeken?
’Ik weet niet waarom je nooit iets gemerkt hebt. Misschien omdat je mentor verdwenen is. De meesten van ons worden benaderd door iemand die ons alles vertelt, zoals Viktor bij mij deed en ik bij Alexander doe.’
Alex trok een gezicht. ‘Dat meen je niet, hoop ik.’
De andere jongen negeerde hem. Hij was er vast zelf ook niet al te blij mee, maar er was niets dat hij eraan kon doen.
‘Maar jij bent anders dan Alex en ik, Isa. Jij hebt de gave geërfd.’
Ze opende haar mond, maar hij schudde zijn hoofd. ‘Laat me op zijn minst uitpraten, Isa. Jouw vader zou je mentor moeten zijn, omdat je het van hem geërfd hebt.’
De twee jongens vielen stil en Isa rolde met haar ogen. Zo ging het altijd als mensen wisten dat haar vader dood was.
‘Hij is overleden, dat mag je best zeggen, hoor. Ik was jong, ik kan me hem nauwelijks nog herinneren. Ik ben er wel overheen.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Maar het komt er op neer dat het een probleem is, want nu heb ik geen mentor.’
‘Precies. Gelukkig heb je mij.’ Het was duidelijk dat hij zich erg belangrijk voelde, want hij glimlachte breed. ‘Het is niet gebruikelijk dat een Tijder een Erfer onder zijn hoede neemt, maar het is niet anders. Ik weet dat jullie willen weten waar ik het over heb en dat zal ik doen…na een slok cola. Ik heb een droge keel.’
Ze keken naar hem hoe hij een slok achterover gooide.
‘In de Tempus Viator zijn er twee belangrijke benamingen voor tijdreizigers: Een Erfer en een Tijder. Ik weet dat het jullie helemaal niets zegt en dat is niet erg. Alex en ik zijn Tijders. Tijders erven het niet, die worden uitgekozen door de groep, iemand die het waard is om door de tijd reizen. Een Erfer erft het zoals je blauwe ogen erft. Jij hebt het van je opa en van je vader.’ Ze voelde zich een beetje duizelig door alle informatie.
‘Hoe weet je wanneer je een Tijder bent?’ vroeg Alex toen.
‘Laat je rechterpols eens zien, Alexander. En jij ook, Isa.’
Allebei deden ze het, zwijgend. Hij stak zijn arm in het midden en ze keek naar de drie armen.
Alex’ arm was gespierd, stevig en ze wist dat hij daarmee heel wat kon sjouwen. Ze had Wouter en hem de zwaarste dingen zien tillen tijdens de verhuizing voor zij zich mokkend verstopte in de achtertuin, achter het schuurtje.
Ze zag fijne, donkere haartjes op zijn arm en de stip. De zwarte plek was duidelijk zichtbaar ondanks het tintje dat Alex altijd leek te hebben door de voetbaltrainingen.
Jamie’s arm was het tegenovergestelde van die van Alex en bij hem twijfelde ze of hij meer beet kon pakken dan een pak melk zonder zich te blesseren. De blonde haartjes op zijn arm waren onzichtbaar, maar ze wist dat ze er moesten zijn.
Dezelfde stip, even groot, ontsierde ook bij hem zijn huid.
Toen keek ze naar haar eigen rechterarm. Een arm die ze al haar hele leven kende. Een arm die heel wat schilderijen gemaakt had, een arm die haar huilende moeder had proberen te troosten. Een arm…zonder zwart. Verward keek ze op, haar ogen ontmoetten die van Jamie.
‘Zie je iets?’
Ze schudde haar hoofd, terwijl het voelde alsof iemand haar mond dichtgeplakt had.
Jamie pakte haar linkerpols beet, zijn vingers waren koel op haar huid. Ze gleden over haar arm, veegden het beetje foundation weg en daar was de vlek. Nog altijd zwart. Zo zwart als inkt.
‘Links,’ zei hij langzaam en liet een dramatische stilte vallen. ‘Ze heeft de vlek links. Jij en ik hebben hem rechts, Alexander. Zij is een Erfer en die hebben hem links.’ Hij haalde zijn schouders op.
‘Waarom noem je me toch steeds Alexander? Het is gewoon Alex.’ Hij snoof. ‘Ik noem jou ook geen James.’
‘Dat zou ook raar zijn, dat is mijn naam niet. Ik vind Alexander een mooie naam. Beter dan Jamie waarvan iedereen denkt dat het van James af komt. Bovendien denkt iedereen altijd dat ik Brits ben en dat ben ik niet. We dwalen alleen een beetje af. Waar waren we?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge