19. Twee Jamies is teveel

19. Twee Jamies is teveel

19. Twee Jamies is teveel

‘Ja, en ik was het niet.’
Isa huiverde bij de gedachte dat er iemand in huis had rondgelopen en bij de slapende jongen een stip op zijn pols had aangebracht met inkt dat er niet af te wassen was. Net als tatoeage-inkt.
‘Jullie worden al vanaf jullie geboorte in de gaten gehouden. Bij Isa is het logisch, omdat haar vader een Reiziger was, maar jij ook, Alexander. Alle baby’s bezitten de gave om in de Tijd te kijken. Dat blijft meestal niet langer dan een paar minuten, maar bij jou bleef het en dat is zeldzaam. Anders zou het wemelen van de tijdreizigers.’
‘Ik heb nooit iets geks meegemaakt in mijn leven,’ mompelde Alex. ‘Ik ben nooit terug in de tijd gegaan of zoiets.’
‘Logisch, dat kun je ook pas als je een talisman hebt. Erfers kunnen het wel zonder talisman, maar dat gebeurt zelden. Als het al gebeurt, onthouden ze het bijna nooit. Of wel, Isa?’
Ze schudde haar hoofd. Ze kon zich niet herinneren dat ze ooit door de tijd heen gereisd was.
‘Ik kan me geen voorval herinneren,’ mompelde ze toen.
‘Op je zestiende wordt je gemerkt door een zwarte stip op je pols, maar alleen als ze je goed genoeg vinden, als je betrouwbaar genoeg bent. Daarna maak je de Test.’
‘Over wat voor Test heb je het?’ vroeg Isa geïnteresseerd. Alex snoof.
‘Je krijgt een mentor die je alles leert over het tijdreizen. Op een bepaald moment moet je dat zelf kunnen en ergens tussen het leren en het zelf kunnen testen ze je vaardigheden. Je weet nooit wanneer, ook de mentor weet dat niet. Die Test bepaalt of je genoeg talent hebt en of je een Reiziger mag blijven. Voor jou geldt dat niet. Jij zult een Reiziger blijven, omdat je de gave hebt. Voor Alex en mij ligt het anders.’ Hij haalde even adem en keek toen met een bezorgde blik omhoog.
‘Dus voor mij is het minder belangrijk?’
‘Nee. Die Test zal hoe dan ook je leven bepalen en alle Reizigers maken hem tussen hun zestiende en twintigste. Het is namelijk ook van invloed op de positie die je krijgt binnen de Tempus Viator. Blauw is bijvoorbeeld de hoogste rang, de kleur van de leiders. Jouw vader had blauw.’
Jouw vader had blauw.
De woorden dansten rond in haar hoofd.
‘Kunnen we nu echt naar binnen of ben je nog niet gerustgesteld, Alex?’
Jamie had het nog niet gezegd of Isa voelde een druppel op haar hoofd uiteenspatten en ze keek omhoog naar de wolken die nu dreigender waren. Misschien zat er wel onweer in, dacht ze verheugd. Ze was dol op onweer en ze vroeg zich af waarom. Haar zus en broertje kropen het liefste onder hun bed, Isa ging het liefste naar buiten.
Toen barstten de wolken boven hun hoofden open en zette het drietal het op een lopen. Het was misschien vijftig meter naar het Ekallumi, maar het leek wel vijfhonderd kilometer. Isa was kletsnat toen ze binnen in de ontvangsthal vol Griekse beelden stond. Druppels vielen op de marmeren vloer.
De hal leek op de lobby van een duur hotel, maar dan zonder de drukte en de incheckbalie. Het was doodstil, er was niemand te zien.
Ze had verwacht dat het hier zou barsten van de tijdreizigers, van huishoudelijke hulpen en kantoorklerken. Niet dat het zo stil zou zijn.
Jamie kende hier duidelijk de weg en liet natte sporen achter met zijn schoenen. Isa keek beteuterd naar die van haar en ze wist zeker dat ze soppende geluiden zou maken.
‘Kom,’ zei hij, gebarend met zijn rechterhand, terwijl hij met zijn andere hand één van de vele deuren in de muur open duwde. ‘Ik heb hier een handdoek voor jullie.’
De kamer was klein en spaarzaam gemeubileerd. De rode muren waren gecombineerd met een zeegroene bank. Het vloekte behoorlijk. Naast de bank stond een lange schemerlamp en een stoeltje. Meer paste er ook niet in de kleine kamer.
In één van de muren zat een groot raam en het sombere daglicht stroomde erdoor naar binnen.
Op de bank lag een stapeltje handdoeken en Jamie gaf er eentje aan Isa die hem dankbaar aanpakte en haar haren begon te drogen.
Aan haar natte kleding kon ze niet zoveel doen. Het voelde alsof ze op de fiets naar school overvallen was door een stortbui.
Toen hoorde ze Jamie iets zeggen en door de paniek in zijn stem keek ze op.
‘Heeft één van jullie mijn talisman gezien?’ Hij keerde tevergeefs zijn zakken om. Ze zag de benauwde blik van de jongen. Het was een emotie die ze nog niet eerder bij hem gezien had.
‘Hoe ziet hij eruit?’
‘Een glazen druppel van een centimeter of twee. Ik ga buiten kijken!’
Met die woorden liet hij Isa en Alex alleen achter in de kamer.
‘We kunnen er vandoor gaan,’ mompelde Alex.
Isa schudde haar hoofd. ‘Denk je dat we enige kans maken? Ze weten hier alles van ons! Ik denk trouwens niet dat hij de boel loopt te bedriegen. Ik denk dat Jamie eerlijk is.’
‘Dan ben je de enige. Het is vreemd, te vreemd.’
‘Natuurlijk is het raar!’ Ze rolde met haar ogen. ‘Maar dat wil niet zeggen dat het niet waar is. Alles is vreemd. Dat uitgerekend onze ouders verliefd op elkaar geworden zijn is ook vreemd!’ Ze gooide de handdoek neer en liep naar de deur.
‘Wat ga je doen?’
Ze hoorde de aarzeling in Alex’ stem.
‘Jamie helpen zoeken!’
Hij had de voordeur open laten staan en ze kneep haar ogen tot spleetjes om de tengere jongen te onderscheiden in het gordijn van regen.
Jamie liep naast de fontein rondjes om zijn eigen as alsof hij geen idee had wat hij anders moest doen.
‘Kun je hem vinden?’ vroeg ze toen ze binnen gehoorsafstand was. ’Wanneer heb je hem voor het laatste gezien?’
Hij keek op bij het horen van haar stem. Zijn kletsnatte haren plakten aan zijn hoofd en leken niet langer lichtblond. Zijn kleding plakte aan zijn lijf en ze zag de spieren bewegen. Ze slikte iets weg.
Jamie was beslist niet zo gespierd als Alex, maar toch kreeg ze een droge mond en een vreemd gevoel in haar buik.
‘Gisteren… na jullie uitstapje. Ik heb hem bij mij thuis op de ladekast gelegd, naast de tv… ‘. Zijn adem stokte.
De tv-kast waar Suzie tegenaan gelopen was en waar Isa om had moeten lachen.
‘Suzie heeft hem gestolen,’ zei hij tenslotte. ‘Suzie heeft mijn talisman en mijn trui gestolen!’ Hij vloekte hardop en zakte toen op de grond. De regen kon hem duidelijk niet veel meer schelen.
‘Ik weet zeker dat ze hem niet terug zal geven. Ook niet als ik erom smeek.’
‘Jat hem terug,’ opperde Alex die er nu ook bij was komen staan.
Van zijn warrige haar was niets meer over en het hing als een sluik gordijn naar beneden. Gek genoeg stond het hem wel.
‘Je kunt het toch niet zomaar terug stelen,’ sputterde Isa tegen.
Ze wilde nog wat zeggen, maar toen trok iets in haar ooghoek haar aandacht. In de bosjes loerde een gedaante naar hen. De zwarte schim!
Haar adem stokte een moment en toen begon ze resoluut naar de bosjes te lopen. Iemand greep haar pols en ze gilde voor ze besefte dat het Alex was.
‘Niet doen! Je weet niet wat voor gevaarlijke gek het is.’
‘Het is duidelijk iemand die ons schaduwt,’ bromde Jamie.
‘Je meent het, Sherlock!’ Alex keek Jamie woest aan. ‘Waarom worden we door meer mensen geschaduwd? Wat is dat tijdreisgedoe voor iets achterlijks? Geeft het jullie een excuus om onschuldige tieners te bespioneren? Of vertrouwen ze jou niet?’
‘Iemand die ons schaduwt is niet gebruikelijk, Alex. Ik ben nog nooit gevolgd.’ Jamie keek Alex boos aan.
Isa had niet het idee dat Jamie ook maar iets had gehoord van Alex’ boze opmerkingen.
‘Jij hebt ons ook achterna gezeten, dus zo vreemd is het niet!’ snauwde Alex.
’Er wordt normaal maar één iemand op een zaak gezet en ik word niet gecontroleerd door anderen. Ik lever elke week een rapport in over jullie en dat wordt wel bekeken…’ Jamies stem stokte.
‘Is er iemand die jouw functioneren nog bekijkt?’
Jamie schudde zijn hoofd.
‘Zou dit dezelfde zijn als die Suzie op school gezien heeft?’ mompelde Isa hardop. Ze werd aangekeken door een paar grijze en een paar blauwe ogen. Blijkbaar was dit nieuwe informatie voor de twee.
Toen gleden haar ogen naar de bosjes. De schim stond er nog steeds en hij keek haar recht aan. Twee bekende ogen staarden naar haar, maar ze wilde het niet geloven. Het moest een hallucinatie zijn.
Dit is niet echt, dit is een waanbeeld. Dit is niet echt, dit is een waanbeeld.
‘Dit bevalt me niets. Heb jij je talisman bij je, Isa?’
Ze voelde met haar hand in haar zak en knikte bevestigend.
Jamie stelde dezelfde vraag aan Alex die zijn hoofd schudde.
‘Dan moet jij het doen. Er zit niets anders op.’
Jamie greep haar hand en gebaarde naar Alex dat hij hetzelfde moest doen voor hij zijn hand in Isa’s broekzak stak, het horloge eruit haalde en om haar nek hing.
‘Doe het maar.’
‘Wat moet ik doen?’
Ze wist wat hij van haar wilde, maar het drong niet tot haar door. In haar stem hoorde ze wat ze voelde: Angst, hysterie, chaos.
‘Tijdwandelen, Isa. Concentreer je en denk aan een moment. Laat alles los. Ik houd een oogje in het zeil.’
Dat kan ik helemaal niet! wilde ze roepen, maar ze beet op haar lip en sloot haar ogen in de hoop dat alles goed zou komen.

Iemand kneep in haar hand en ze keek net op tijd opzij om de grote grijns van Jamie te zien.
’Ik denk dat je eerste grote uitdaging gelukt is.’ Hij zei het met een brede grijns en om de één of andere stomme reden voelde ze zich trots en opgelucht, omdat ze wist dat ze het gedaan had.
‘Waar zijn we?’ fluisterde Alex toen aan haar linkerkant
Hij liet haar hand los en keek om zich heen. Isa realiseerde zich dat Alex’ hand klam geweest was. Misschien kwam het door de zenuwen.
Ze keek ook op. Ze stonden op een grasveld met daar omheen drie armoedige flatgebouwen. Op sommige balkons kon ze wasgoed onderscheiden en hier en daar was een verlicht raam. Er slingerde geen rotzooi rond, maar toch was het geen omgeving waar ze graag alleen zou willen zijn. Verder hoorde ze het gelal van dronkenlappen.
‘Ik heb geen idee. Hoe zou ik het nu moeten weten?’
‘We zijn met jou meegereisd. Waar heb je aan gedacht?’ Alex keek haar aan. ‘Aan een plek waar haveloze flats staan?’
Ze schudde haar hoofd. Waar had ze eigenlijk aan gedacht?
‘De… toekomst, denk ik. Ik heb aan de toekomst gedacht,’ mompelde ze.
‘Jouw toekomst?’
‘Tijdreizen in ons eigen…’ begon Jamie, maar Alex viel hem in de reden.
‘…leven kunnen we niet. Ja, dat weet ik. Dit moet dan de toekomst van jou of mij zijn, Jamie.’
De andere jongen haalde een hand door zijn haar en grijnsde toen zijn witte tanden bloot. ‘Waarschijnlijk is het een studentencampus of zoiets. Laten we eens kijken of we er achter kunnen komen.’
De andere twee vonden het een goed idee en volgden hem zwijgend. Lang hoefden ze niet te zoeken. Een gele flyer met zwarte letters vloog zo ongeveer Isa’ mond in dankzij de snijdende wind die ze nog niet eerder opgemerkt had.
Ze keek naar de woorden op de flyer, de letters en knipperde met haar ogen.
‘Amsterdam,’ zei ze toen. ‘We zijn in Amsterdam.’
‘Tulpen uit Amsterdam!’ begon Jamie te brullen, maar ze schudde haar hoofd en keek hem boos aan. ‘Malloot!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge