7. Een acteur met een tijdbommetje

7. Een acteur met een tijdbommetje

7. Een acteur met een tijdbommetje

‘Ik hoef niet naar je te luisteren,’ siste ze en ze wist dat het nogal stom klonk.
‘Natuurlijk hoef je niet naar me te luisteren.’ Jamie liet zich op de tafel zakken. ‘Ik luister ook nooit naar mensen, maar het zou soms beter zijn als ik dat wel zou doen, Isapisa.’
‘Isapisa?’ herhaalde ze en ze trok een smerig gezicht. ‘Hoe kom je in vredesnaam aan die bijnaam voor mij? Ik dacht dat Ies al erg was.’
Hij grinnikte en haalde toen een sigaret uit de zak van zijn strakke spijkerbroek. Isa zag nu pas hoe dun zijn benen leken in de zwarte jeans en dat er verfvlekken op zaten. Ook zag ze een witte knie door een gat. Hij moest gedacht hebben dat alle kunstenaars in zo’n soort uniform liepen. Hij diepte ook een zilveren aansteker op die hij bij de sigaret hield.
‘Niet aansteken!’
Isa hoorde paniek in haar stem en ze trok het ding razendsnel tussen zijn vingers uit. Zo snel dat Jamie floot en ‘Damn, dat is nog eens reactievermogen!’ eruit floepte.
‘Als je die sigaret aansteekt, activeer je de sprinklers…’ Ze gebaarde om zich heen. ‘Ongetwijfeld kun je je bedenken wat er gebeurt als er water op de kunstwerken komt.’
‘Mevrouw Janzen zal in elk geval niet langer in je toneelspelletje trappen.’ De stem van haar vriend klonk kil, alsof hij in de diepvries gelegen had en Isa keek Sam verward aan. Hij was normaalgesproken tegen iedereen vriendelijk, ook tegen de irritante buurvrouw van het atelier. Zelfs tegen haar. Blijkbaar kon hij alleen niet aardig zijn tegen deze jongen. Ze vermoedde dat hij het een aansteller vond, een theatrale jongen die graag in het middelpunt van de belangstelling stond.
Jamie had de sigaret in zijn mondhoek geschoven en hij peuterde aan een van zijn grijze gympen. Hij was in kleermakerszit midden op de tafel gaan zitten, tussen Isa’s kleurpotloden en de pastelkrijtjes van Sam.
‘Welke act?’
Verwilderd keek hij op, zijn blauwe ogen vol verbazing.
Sam snoof. ‘De ‘ik ben een bekend acteur, maar ik ben zo gewoon gebleven en het perfecte vriendje’ act. Vrouwen trappen er vast massaal in, daarom ben je zo populair. Of niet dan? En blijkbaar is Isa er ook ingetrapt.’
‘Ik,’ begon ze, maar Jamie legde haar het zwijgen op door naar haar toe te buigen en te fluisteren: ‘Als dat is wat je wilt geloven, geloof dat dan vooral. Ik weet wel beter en Isa ook. Ga je mee?’ Dat laatste was aan haar gericht.
Hij gleed soepel van de tafel en begon haar spullen te verzamelen. ‘Wat is van wie?’
‘De krijtjes zijn van mij, Jamie. De rest is van haar.’
Nog steeds was zijn stem anders dan normaal en het gaf haar de kriebels en kippenvel. Als deze jongen je niet leuk vond, had je hem vast iets ergs aan gedaan. Maar deze twee jongens kenden elkaar niet, toch? Of hield Sam ook van dramatische vampierfilms?
‘Ik zie je buiten, ik ga even roken. Dan kun jij je spullen verzamelen. En in mijn neus moet nog een ringetje,’ zei hij, tikkend op de piercing.
Ze werd rood, omdat hij gezien had wat ze had getekend. Ze had er niet echt bij nagedacht. Meestal tekende ze Sam, haar moeder, Lauren of Nick. Een heel enkele keer Wouter of Alex. Ze schoof haar schetsblok samen met de potloden en de verf in haar tas. Ze graaide haar gum van tafel en wilde weglopen, maar Sam stak zijn hand op.
Hij maakte een gebaar om haar pols te pakken en liet zijn hand toen weer zakken zonder dat hij haar aanraakte. Ze huiverde eventjes en trok haar mouw zo ver mogelijk naar beneden. Niet dat Sam zou opvallen dat ze een zwart vlekje op haar pols had, ze zaten allebei regelmatig onder de verfvlekken.
Dit voelde anders, ook toen Sam heel zachtjes ‘Wees voorzichtig’ mompelde en ze knikte verbaasd. Natuurlijk zou ze dat doen. Ze zag medeleven op zijn gezicht en glimlachte naar hem. Hij glimlachte terug en toen draaide ze zich om. De blik van de jongen werd weer net zo donker als eerder en hij haalde een mobiel uit zijn zak. Isa zag het niet, omdat ze naar buiten wandelde. Ze hoorde ook de onheilspellende woorden van Sam niet meer.

Jamie leunde tegen de muur en inhaleerde net rook van de sigaret toen ze naast hem kwam staan. Hij tuurde naar de blauwe lucht die doorspekt was met zachte, witte wolken. Een lucht zoals een kleuter hem zou tekenen.
‘Je hebt inderdaad talent,’ zei hij zonder op te kijken. ‘Die tekening van mij is best goed gelukt. Op de vergeten piercing na dan. Verona heeft er kijk op.’
Hij had zijn mouwen opgestroopt en ze zag de cirkel duidelijk.
‘Ik kan nog geen boom tekenen.’
‘Wat doe je dan hier?’ Ze hoorde de verbazing in haar eigen stem.
Hij schudde zijn hoofd en haalde een horloge uit zijn zak. Het was oud, dat zag ze meteen. De gouden achterkant was versierd met bloemen en tekens die ze niet herkende. De wijzerplaat was creme-kleurig met sierlijke cijfers.
‘Er zit roest op,’ mompelde ze zachtjes, maar hij leek het gehoord te hebben en draaide het horloge om, terwijl hij zijn wenkbrauwen fronste en de bruinige roest eraf probeerde te krabben met een vingernagel.
‘Vroeger was goud duur en niemand maakte horloges van goud. Dit is ijzer en ijzer kan roesten, helemaal als je er slecht voor zorgt.’
‘He?’ Ze keek hem bevreemd aan en ze zag de verandering in zijn uiterlijk. Hij leek niet meer op de grappenmaker, niet op de vampier en ook niet op de overdreven theatrale acteur.
Zijn ogen waren donkerder dan eerder, maar dat kwam vast doordat hij in de schaduw stond. Zijn vingers gleden over het rondje op zijn eigen pols.
Jamie liet het horloge weer in zijn zak glijden en keek weer op. ‘Waar was ik gebleven?’
‘Je neemt altijd een erfstuk met je mee,’ zei ze en ze keek hem nog vreemder toen hij knikte.
‘Dat is onvermijdelijk hiermee verbonden.’ Hij tikte op zijn arm.
Ze wilde ‘Hoezo? Waar heb je het over? Wat is de overeenkomst tussen een zwarte vlek en een zakhorloge?’ vragen, maar deed dat niet, omdat Jamie doorpraatte en ze ergens nieuwsgierig was naar wat hij te vertellen had. Haar ervaring was dat als je iets wilde weten, je de persoon zolang mogelijk aan het woord moest zien te houden.
‘Ik heb je zien kijken naar mijn pols, Isa. Niet rood worden, omdat ik dat gezien heb, het is niet erg. Ik ga je ook niet wurgen. Bovendien weet ik dat jij er ook eentje hebt.’ Hij tikte met zijn sigaret tegen de muur achter zich en de as dwarrelde door de lucht. ‘Jij alleen. Je zus Lauren niet, je broertje Nick niet. Je moeder Livry niet. Je vader is daarentegen een ander verhaal.’
Met een schok keek ze hem aan. ‘Wat weet je van mijn vader?’
‘Meer dan jij ooit zult weten.’
‘Meer dan jij ooit zult weten.’ De woorden dansten rond in haar hoofd, vormden een cirkeltje, lachten haar uit. Ze voelde zich duizelig. De woorden waren zo gewoon en tegelijkertijd voelden ze vreemd en zwaar aan. Ze zou hem uit moeten lachen, een duw moeten geven, lachen en roepen dat hij onzin vertelde. Ze bleef staan alsof ze vastgeplakt was aan de grond met de roze ‘superkauwgom’ die de jongens uit Laurens klas altijd in haar haren smeerden.
‘Resse Hart is een beroemdheid onder mensen zoals ik.’
‘Wat? Mijn vader is geen celebrity zoals jij!’ Toen realiseerde ze zich nog iets. ‘En, hoezo mensen zoals jij? Acteurs?’
‘Misschien en misschien ook niet.’
‘Waar heb je het over, Jamie Linners?’
Opnieuw haalde hij het horloge uit zijn zak en dit keer boog hij zich naar haar toe. Zijn adem was warm tegen haar oor en hij fluisterde zacht, heel zacht. Hij duwde haar tegen de muur zodat er nauwelijks een centimeter ruimte tussen hen was.
Haar gedachten vlogen door haar hoofd, dwarrelden als herfstbladeren neer. Een gedachte was het lastigste te negeren: ‘Hij gaat me kussen en ik heb nog nooit gekust! Niet echt.’
De kus die ze met Sam gehad had, omdat ze wilde weten hoe het voelde, telde niet. Ze waren twaalf geweest, nieuwsgierig en dom. Sam had een groen t-shirt gedragen, zij een afgeknipte spijkerbroek. Het was drukkend warm geweest en de zoen plakkerig en nat. Sam had naar aarde en regen geroken.
‘Waarom duw je me tegen de muur?’ stamelde ze.
‘Ik wil niet dat iemand weet dat ik je wat geef. Open je hand, Isa.’
Gehoorzaam deed ze het, al wist ze niet zo goed waarom. Hij liet het horloge in haar hand vallen en daar was het zwaar en koud tegen de huid van haar handpalm. Ze had verwacht dat het klokje allang de geest gegeven zou hebben door de slechte staat en dat hij het alleen maar mee had uit sentimentele waarde, maar het was niet kapot. Nee, het leek alsof het dingetje in haar hand leefde. Het zoemde, spinde als een kat en tikte alsof het een tijdbom was. Een acteur met een tijdbommetje.
‘Wat moet ik ermee?’ vroeg ze argwanend. ‘Het is van jou.’
Het voelde als iets levends aan in haar hand, tussen haar vingers.
‘Ik heb het niet meer nodig. Het is niet meer dan een erfstuk uit het verleden, een hulpmiddel waar ik nu zonder kan. Maar houd je mond dat je dit hebt, niemand mag het weten. Geen mens,’ fluisterde Jamie.
‘Wat kun je er dan mee?’
‘Tijdreizen, Isa,’ zei hij op een toon alsof hij haar vertelde wat de prijs van Goudse kaas was. ‘Je kunt ermee tijdreizen. O, en nog iets: Je zult me vanaf maandag tegenkomen in de gangen van je school, omdat ik besloten heb om de laatste twee jaar vol kennis te volgen.’
Voor ze haar mond open kon trekken, was hij al weggelopen en de hoek omgegaan. Ze kneep haar ogen samen, maar omdat ze recht tegen de zon inkeek zag ze niet zo heel veel. De boom voor het atelier was de enige die haar hoorde zeggen: ‘Je bent te oud om op de middelbare school te zitten. En tijdreizen, dat kan helemaal niet.’
Ze draaide zich om en liep weer naar binnen. Daardoor zag ze de schim in het zwart aan de overkant van de straat niet. Deze schaduw was het gewend, gewend om mensen te bespioneren zonder dat ze het doorhadden. Niet alleen ’s nachts, maar ook op klaarlichte dag en in de volle zon. Niemand merkte hem ooit op. Niet zoals Jamie, die was een amateur en kon niet goed in de schaduw leven. Hij wel, hij was schaduw. Zelfs nu het Isa betrof. Misschien juist nu het Isa betrof.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge