Schrijfzondag: prachtig

Schrijfzondag: prachtig

‘Je bent …’
‘Prachtig, ik weet het. Kunnen we nu verder gaan?’ Het getik van haar pen ging door de ruimte en een van haar mondhoeken ging omhoog toen hij haar aan bleef kijken. ‘Ik was serieus. Moeten we het hier over hebben?’
Met zijn vingers raakte hij het litteken boven haar linkeroog aan. ‘De vorige keer had je dit niet. En dit ook niet.’ Nu voelde ze zijn vingers op haar wang. ‘Heb je ruzie gehad met een stel katten?’
Schokschouderend mompelde ze dat het litteken kwam van het door een glazen deur heen vallen een halfjaar geleden. Hem had ze voor het laatst een jaar geleden gezien, dus het was geen rare opmerking. En toch zorgde hij ervoor dat ze hem het liefste een harde mep wilde verkopen.
Hij zei niets, maar drukte zijn handen op haar schouders en duwde haar naar de grote spiegel boven de haard. Toen ze zichzelf zag, wist ze meteen waar hij het over had gehad. Op een van haar wangen zat een donkerrode streep, alsof ze zichzelf geschminkt had. Ineens was haar keel droog en ze slikte.
‘Waarom heb je bloed op je wang?’
De vraag was lomp, tactloos, maar het was wel waar hij antwoord op wilde. En ze wist dat ze het hem niet kon geven, omdat niemand de waarheid mocht weten. Ook hij niet, want hoe meer mensen het wisten, hoe meer mensen er gevaar liepen. Door haar schuld waren er al teveel slachtoffers gevallen. Drie teveel.
‘Ik had een bloedneus en blijkbaar heb ik het op mijn wang gesmeerd.’ Haar toon was rustig en ze wriemelde niet aan haar neus, zoals leugenaars doen. Of dat is wat men zei in elk geval. Zij was nooit goed geweest in het ontmaskeren. En hij was dat wel. Maar had ze een andere keuze?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: