Schrijfzondag: Een brandende prullenbak

Schrijfzondag: Een brandende prullenbak

Het is weer zondag, dus dat betekent een nieuwe Schrijfzondag. Dit keer heb ik voor een ontvlambaar prompt gekozen.

 

 

Hij laat de lucifers vallen en kijkt me dan aan met een halve glimlach. De glimlach waar ik zo dol op ben en die me altijd weet op te beuren, zelfs als ik in mijn meest sombere buien zit. Dan is er maar één iemand die ik kan verdragen: Quinn. Grappenmaker Quinn die altijd lijkt te lachen, maar ik weet wel beter. Ik weet dat het leven hem niet ontziet, ook al doet hij of dat wel het geval is. Alleen aan mij durft hij te laten zien wie hij echt is.
Voor onze ogen vat de gele prullenbak vlam en even, heel even, zijn we gevangen door de vlammen die langzaam maar zeker het voorwerp verzwelgen. Ik weet dat er snel niet veel meer van over zal zijn. Quinn sticht graag brandjes. Hij noemt zichzelf gekscherend pyromaan en ik denk dat daar een kern van waarheid in zit. Misschien zou hij nooit auto’s of schuurtjes in de fik steken, maar prullenbakken zijn niet heilig voor hem en zijn lucifers.
Mijn ogen schieten naar de lucifers en dan kijk ik naar Quinn. ‘Realiseer je je wel wat je doet?’ Mijn vingers wijzen naar de stokjes in hun doosje. ‘Dat is bewijs. Dan weten ze dat jij het hebt gedaan.’ Ik leun naar voren. Door met hem mee te gaan ben ik net zo schuldig als hij, maar ik ga akkoord zolang het kleine brandjes zijn. En zolang het geen eigendommen zijn van mensen. De gele prullenbakken zijn natuurlijk ook eigendommen van mensen, van de gemeenschap, maar dat is anders. Dan heb ik niet het gevoel dat ik iemand besteel. De maatschappij en ik, we staan quitte. Ik heb genoeg geleden door de wijzende vingers als ik een winkel in loop of het gefluister bij de bakker. Alleen maar omdat mijn ouders zijn wie ze zijn, omdat ik geboren ben waar ik geboren ben: in een gezin van moordenaars en criminelen. Het is niet dat ik daarvoor gekozen heb. Zolang de branden klein zijn en het prullenbakken zijn, is het prima wat mij betreft.
‘Het is maar een brandje met de nadruk op je, Ashlyn.’ Quinn lacht naar me. Hij is de enige die me niet veroordeelt om wie ik ben, ook al komt hij uit een totaal ander gezin. Maar er is een ding dat we gemeen hebben: we verdienen de liefde van onze ouders niet. Zijn vader werkt teveel, de mijne zit in de gevangenis en eerlijk gezegd zie ik geen verschil. We krijgen net zo weinig van onze vaders.
Alleen net als de woorden zijn mond verlaten hebben, komt er een steekvlam uit de prullenbak en hij kan me nog net wegtrekken om te voorkomen dat mijn blonde haar in de fik vliegt.
‘Klein brandje! Ik zei dat je een klein brandje kon stichten, maar dit is niet bepaald klein!’ Ik draai me om naar de jongen die al zolang als ik me herinner, mijn beste vriend is. De jongen die zichzelf een pyromaan noemt en daar nog trots op lijkt te zijn ook. De enige die geen vooroordelen heeft en die ziet wie ik echt ben: Ashlyn.
Zijn vingers omsluiten mijn hand als hij me mee trekt, weg bij de prullenbak. In de verte loeien sirenes en ik glimlach omdat de brandweer weer uitrukt voor een brand. Ik knijp in zijn hand en dan laat ik me meetrekken.
‘Je verraadt me niet toch?’ Zijn woorden zijn zacht, fluisterend in mijn oor en ik schud mijn hoofd. ‘Zelfs niet voor een grote brand?’
‘Nee, zelfs dan niet.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: