Schrijfzondag: Bloeddorstig kreng 3

Schrijfzondag: Bloeddorstig kreng 3

Ik slik. Dat meisje ben ik niet. De enige reden waarom ik hier ooit binnengestapt ben met de mededeling dat ik de wereld weer een goede plek wilde maken, was om de dood van Rosalie. Rosalie, het enige meisje van wie ik ooit gehouden heb. En het ergste is dat ze nooit geweten heeft hoeveel ik om haar gaf, want we waren vrienden. Gewone vrienden.

Met mijn vingers zoek ik een opening onder de flap. Waarom zou je een envelop netjes openmaken als het ook op deze manier kan? Dan klinkt het bevredigende rtsj als ik het papier scheur. In de envelop zit een enkele bladzijde met een naam. Eentje die ik maar al te goed ken. Dan kijk ik op naar het drietal voor me. ‘Hoe zeker zijn we dat deze opdrachtgever?’

Eva tikt haar vingertoppen tegen elkaar. ‘Honderd procent zeker. We hebben bevestiging gehad.’

Het liefste wil ik haar vragen hoe zeker ze het weet dat die bevestiging echt is en wat het is. Maar niemand gaat tegen hen in. Niemand. Behalve als je graag je doodvonnis tekent.

Ik knik en dan steek ik de envelop weg, terwijl ik niets laat merken. Ik negeer mijn wild bonzende hart, mijn knikkende knieën en mijn zwetende handpalmen. Ik doe of mijn hersenen niet als op hol geslagen tandwieltjes draaien om dit allemaal in elkaar te passen. Uiterlijke schijn is belangrijk. Van levensbelang. Voor mij, voor hem.

    ‘Jullie weten niet wie het is?’ Ik zwaai met de envelop die tot net verzegeld was. Dat het een domme vraag is, weet ik, maar ik moet hem stellen. Ik kan gewoon niet anders.

Eva lacht alleen. ‘Je kunt gaan,’ zegt ze dan, wapperend met een hand. ‘En je hebt achtenveertig uur om je opdracht uit te voeren.’

Achtenveertig uur achtenveertig uur achtenveertig uur. Mijn hand trilt en al lopend prop ik het in mijn zak. Sam negeer ik, hoor hem niet eens roepen tot hij mijn schouders beetgrijpt. ‘Fall, wat is er?’

Ik realiseer me dat mijn wangen nat zijn en ik schud mijn hoofd. Met vluchtige bewegingen veeg ik ze schoon.

    ‘Fall?’

Zijn handen voelen te zwaar, te warm en ik wil ze weg duwen. Niets liever dan dat. In plaats daarvan steek ik hem het papier toe en ik zie zijn mond bewegen, terwijl hij de naam leest. Het enige woord dat uit hem ontsnapt, is een scheldwoord. Een ‘shit.’ Een woord dat de lading totaal niet dekt. ‘En nu?’

Met een vinger glij ik over een dolk. ‘Over achtenveertig uur is het gedaan.’

Over twee dagen is Noah dood. Veiligheid boven familie. Veiligheid boven wat dan ook in de wereld.

    ‘Vraag je je niet af waarom?’ Een van Sams wenkbrauwen gaat omhoog. ‘Wat heeft je broer voor slechts gedaan?’

    ‘Stel geen vragen, denk niet, maar doe het,’ dreun ik het motto op dat erin gestampt is toen ik als vijfjarige hier op de drempel gedumpt werd. Dat heb ik nooit gedaan, vragen gesteld, want ik wist dat ik geen antwoorden zou krijgen.

Hij grijpt mijn arm beet en boort zijn nagels in mijn pols. ‘Fall, je bent niet gehersenspoeld. Je hebt net de opdracht gekregen om je broer te vermoorden. Noah, Fall! For fucks sake. Ben je van plan om dat gewoon te doen?’ Dan buigt hij zich naar me toe, zijn warme adem tegen mijn huid, zijn stem in mijn oor. ‘Je gaat jezelf voor eeuwig haten als je dit doet.’

Einde

1, 2. Lees liever het complete verhaal achter elkaar? Dat kan hier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: