Schrijfzondag: Het meisje dat The Fault in Our Stars las

Schrijfzondag: Het meisje dat The Fault in Our Stars las

Ik zocht een foto voor schrijfzondag, kwam deze tegen en meteen was het verhaal er.

Ik kijk naar haar, naar het meisje dat weggedoken zit in een hoekje van Coffee & Cookies, achter een rugzak die bijna net zo groot is als zijzelf. Minstens zo groot als mijn broertje van vijf.
Zij kijkt niet terug, maar staart in een felblauw boek dat duidelijk niet nieuw is. Ik herken de witte en zwarte wolkjes op de kaft, het lettertype, het felle blauw. Het boek dat zelfs mij, ijskoning Matias, aan het huilen heeft gekregen. Niet dat ik dat ooit toe zal geven, want daar ben ik natuurlijk veel te stoer voor. Ik ga echt niet toegeven dat die stoere, vol getatoeëerde, rokende, zelfverzekerde gast ook kan huilen. Niet dat iemand me ooit zou geloven dat ik bij The Notebook stiekem ook traantjes gelaten heb. Ik word geacht om alleen maar stoer te zijn. Alleen dat ben ik niet, echt niet.
Ik grijp met een hand mijn beker koffie en met de ander mijn rugzak vast en loop op haar af. ‘Hoi. Zakdoekjes nodig?’
Met een ruk gaat haar hoofd omhoog en een paar bruine ogen staren in de mijne. Ik heb bruin nooit mooi gevonden, maar die van haar zijn perfect. Beter dan perfect. Dan trekt ze een wenkbrauw naar me op. ‘Moet dat dan?’
‘Ik,’ ik wijs op het boek, ‘heb gehoord dat hij nogal zielig is en dan huilen mensen weleens.’ Echt niet dat ik toe ga geven dat ik het niet gehoord heb. Dan steek ik mijn hand uit. ‘Matias.’
‘Merel. En nee, ik heb nog niet gehuild. Ik ken de verhalen ook, maar het is nog droog gebleven.’
‘Dat dacht ik ook, maar wacht tot het einde en vertel me dan maar of je nog steeds niet hebt gehuild.’
Merel trekt een mondhoek naar me op. ‘Is dit een manier om mijn telefoonnummer te krijgen? Hij is in elk geval origineel, dat moet ik toegeven.’
Dan zwijgen we en ik kijk naar het boek in haar handen. ‘Maar als je hem nog nooit gelezen hebt, waarom ziet hij er dan zo beduimeld uit?’
‘Ik heb hem meegenomen uit het hostel waar ik geslapen heb. Ingeruild voor mijn boek die uit was.’
Even neem ik haar in me op en laat mijn ogen afdwalen naar de tas naast haar stoel. ‘Ga je backpacken?’
‘Dat doe ik al.’ Als ik mijn wenkbrauwen zo hoog optrek dat ze bijna onder mijn haar verdwijnen gaat ze verder. ‘Nu denk je vast: waarom praat ze dan perfect Nederlands?’
Dat is inderdaad wat ik dacht. Misschien kan ze gedachtenlezen.
‘Omdat ik Nederlands ben, maar zes jaar geleden verhuisd ben naar Australië. En ik heb hier nog familie, dus ik begin hier mijn wereldreis.’
‘Met Gus en Hazel.’
Ze knikt. ‘Met Gus en Hazel, al hoop ik dat mijn leven nog even duurt.’ Dan verduidelijkt ze: ‘Ik heb de film gezien. En daar hield ik het inderdaad niet droog. Jij?’
‘Ik ook niet.’ Ik geef het toe voor ik het me goed en wel besef.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: