Schrijfzondag: Teach Me

Schrijfzondag: Teach Me

Ik heb er niet zoveel aandacht aan besteed, maar ook dit jaar deedv ik weer mee met Camp NaNoWriMo in april. Natuurlijk. Mijn doel was laag, slechts 5000 woorden, en het is dan ook niet verwonderlijk dat ik het haalde. Vandaag een stukje van het verhaal dat ik toen schreef.

***

‘Mevrouw Matthijssen, wat ziet u er weer beeldschoon uit. Heeft u die schoenen nieuw?’ roept Soufian.
Ik zucht, terwijl er een paar jongens achter hem grinniken. Toch weet ik mijn glimlach in bedwang te houden en mijn mondhoeken hoog te houden. ‘Wat fijn dat je mijn schoenen opmerkt, Soufian.’ Niet dat mijn pumps – brandweerautorood – nu de schoenen zijn voor een grijze muis.
De jongen grijnst naar me, terwijl hij op zijn stoel ploft. ‘Dat soort details vallen me op, weet je. Dat moet wel als je de nieuwe Christian Louboutin wil worden.’ Menig puberjongen zou zich schamen om een bovengemiddelde interesse in vrouwenschoenen, maar deze jongen is niet een van hen.
‘Ze zijn wel mooi,’ doet Mia, die vooraan zit, een duit in het zakje en twintig paar ogen staren naar mijn voeten. Als ze zouden kunnen blozen, zouden ze nu mooi bij mijn schoenen passen.
‘Fijn dat ze jullie bekoren, maar zelfs met complimentjes,’ ik pak een stapel proefwerkpapier van mijn bureau en begin ze rond te delen, ‘krijgen jullie nog steeds een toets.’ Er klinkt een collectieve kreun. ‘Hij telt twee keer mee voor het komende rapport, dus ik zou jullie best maar doen. Bram, haal die spiekbriefjes uit het hoesje van je rekenmachine.’
Ik ben net weer gaan zitten als de deur van het lokaal open vliegt en er een man in de deuropening staat. Dit keer staren eenentwintig paar ogen hem aan. Hij is van mijn leeftijd, jong, ergens achterin de twintig. En ook al heeft hij een hoodie en een strakke spijkerbroek aan, het is duidelijk dat hij gespierd is. Of misschien komt het door zijn benen die ik zie en dus aanneem dat zijn bovenlijf ook weleens de sportschool van binnen ziet.
‘Hallo?’ Ik haat de aarzeling in mijn stem, maar weiger mijn blik af te laten wenden en dus staar ik hem recht aan in een paar blauwe ogen waarin een twinkeling te zien is. Mooie kleur, leuke twinkeling.
‘Mevrouw,’ hij kijkt op een stukje papier, ‘Matthijssen?’ Zijn ogen richten zich weer op mij en ik knik langzaam, ontzettend nieuwsgierig wat deze man moet. Een leerling is hij niet, dat is meer dan duidelijk. En hij ziet er ook niet uit als een inspecteur, al zegt dat niets. Een stagiaire misschien?
Dan draai ik me om naar de klas. ‘Jullie gaan aan het werk. Als ik een van jullie op spieken betrap, is het een één. Ook bij jou, Soufian. Smeken heeft géén zin.’ Ik knik naar het ruitje in de donkerbruine deur. ‘En ik kan jullie zien. En horen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: