Schrijfzondag: uit de oude doos

Schrijfzondag: uit de oude doos

Ik schreef dit stukje jaren geleden en ik dacht dat het heel wat was. Wist ik veel dat ik toen nog veel te leren had. Maar ik vond het wel leuk om het hier te delen.

James
Ik staar naar buiten, zittend op mijn vensterbank, naar de wereld buiten mijn raam. Sneeuwvlokjes dwarrelen langzaam naar beneden op de mensen die af en toe langslopen. Soms blijven ze stilstaan onder een lantaarnpaal om een sigaret te roken of op een stil plekje te zoenen. Aan het begin van het park staan een jongen en een meisje te praten. Ik zie ze bijna niet, ze worden bijna volledig opgeslokt door de duisternis, maar ik zie wel dat de jongen wilde gebaren maakt en kwaad wegloopt. Onder hun voeten begint een wit tapijt de straten, stoepen en bomen te bekleden met een zacht tapijt. Ik voel hoe mijn gedachten wegglijden.
De wereld die soms zo ver weg lijkt en niet die van mij lijkt, het misschien niet eens is. Het is soms alsof ik alleen maar in deze wereld ben, omdat de rest van de werelden vol was toen ik geboren werd.
Het raam weerspiegelt een tengere jongen, bleek in het licht van de lantaarnpaal en de maan. Het lijkt of ik parelachtig wit ben, zo met deze lichtspeling. Niets is minder waar. Ik ben bleek, maar niet zo bleek. Het lijkt wel of ik ziek ben, denk ik geïrriteerd. Dat lijkt het altijd. Het wordt zo vaak gevraagd aan mij of ik ziek ben. Ik ben niet ziek, ik ben alleen bleek. Er is niets om me zorgen over te maken. Anderen hoeven zich ook niet bezorgd te maken. Ik red me wel.
Ik kijk weer naar buiten en krijg de neiging om als een klein kind naar buiten te lopen om te gaan rollen in de sneeuw. Als een jongetje van zes.
Een paar keer kraakt het hout en ik kijk op uit mijn gedachten om te achterhalen waarom het zo kraakt. Mijn deur kraakt op die manier, dus het moet haast wel dat er iemand binnengekomen is zonder te kloppen. Of ik heb het gewoon niet gehoord.
Ik sta oog in oog met mijn spiegelbeeld. Net zo bleek, maar ook niet ziek. Een ieder ander zou misschien, waarschijnlijk zelfs, geschrokken zijn, maar ik niet. Ik ben het gewend om elke dag het gevoel te hebben of je de hele dag in een kamer vol spiegels zit en steeds jezelf ziet. Mezelf met een paar veranderingen. Veranderingen die iemand anders niet ziet, maar die ik, wij, wel zien. Wij zien elkaar elke dag en na een tijdje weet je met behulp van de spiegel wel wat jij net iets anders hebt of niet. Zo mis ik een paar centimeter die mijn broer wel gekregen heeft. Misschien omdat ik de jongste ben, misschien is het toeval. Ik had best graag die vijf centimeter die we verschillen, eerlijk willen verdelen zodat hij tweeënhalve centimeter korter zou zijn geweest en ik langer. Naast hem voel ik me klein. Niet dat ik extreem klein ben, maar wel kleiner. Je ziet het verschil pas als we naast elkaar staan en mensen ons elkaar goed kennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: